Posts tonen met het label cito. Alle posts tonen
Posts tonen met het label cito. Alle posts tonen

donderdag 10 mei 2012

Kwaliteitswijzer: proces en resultaat

De Kwaliteitswijzer pretendeert "een feitelijk inzicht in de kwaliteit van onderwijs per school" te geven, op basis van het oordeel van de onderwijsinspectie en de cito-scores.


Het toezichtkader van de Onderwijsinspectie laat gelukkig ruimte voor een eigen invulling van het begrip kwaliteit. Ik vrees echter dat met de focus op citoscores vergeten wordt dat deze slechts een heel beperkt beeld van de werkelijkheid weergeven. Cito toetst vier dingen: spelling, het vermogen begripsvragen te beantwoorden over een tekst, leestempo en rekenen. 

Kwaliteit lijkt in de Kwaliteitswijzer maar één ding te kunnen betekenen. De suggestie is dat scholen die hoog scoren op citotoetsen, scholen zijn van hoge kwaliteit. Kwaliteit = hoge citoscores.

En dat terwijl ik me heel goed kan voorstellen dat een school slecht onderwijs geeft en toch hoge scores behaalt, bijvoorbeeld door zich alleen nog maar te richten op het behalen van hoge cito-scores en verder alles van betekenis buiten beschouwing te laten. Ook houd ik het voor mogelijk dat een school, die zorgt voor onderwijs dat voor kinderen betekenisvol is, en een nieuwsgierige en onderzoekende houding bij leerlingen bevordert, wat lagere cito-scores behaalt. Terwijl zo'n school, althans in mijn optiek, bij uitstek een hoge kwaliteit van onderwijs biedt.

De kwaliteit van onderwijs heeft te maken met de relatie en de interactie tussen de leerkracht en de leerling, en tussen de leerlingen onderling. Het heeft te maken met nieuwsgierigheid en de ruimte durven nemen om vragen te stellen. Onderwijskwaliteit bereik je niet door leerlingen van elkaar te isoleren, en ze "in toetsopstelling" voorgeprogrammeerde antwoorden op standaard tests te laten produceren, maar door samen met hen een leergemeenschap te vormen waar kinderen met elkaar en met hun leerkrachten handelend, onderzoekend, met elkaar in gesprek, wegwijs worden in de wereld.

De kwaliteit van onderwijs uit zich minstens zozeer in de processen, als in de resultaten. De kwaliteit van de resultaten geeft geen enkele garantie aangaande de kwaliteit van de processen.

woensdag 25 januari 2012

Lekker langzaam lezen

De resultaten van de halfjaarlijkse leestoetsen vallen tegen. Toen ik de kinderen de toetsen afnam - lijsten met woorden lezen in de Drie-Minuten-Toets, en leesteksten om het AVI-niveau vast te stellen - leek het prima te gaan. Maar de rekenmachine van het leerlingvolgsysteem is meedogenloos. De kleurcodes die aangeven of het kind onvoldoende, matig goed of ruim voldoende heeft gescoord spreken boekdelen. Veel rood en oranje, weinig blauw en groen.

Wat gaat er mis?

Eén van de dingen die typerend zijn voor leestoetsen is dat ze kijken naar de snelheid waarmee het kind leest. Uit de snelheid is af te lezen in hoeverre het kind de elementaire leeshandeling geautomatiseerd heeft. De conclusie moet dan ook zijn, dat het automatiseringsproces onvoldoende op gang is gebracht. Toch?

Maar wat het me toch ook doet beseffen, is dat ik in de natuurlijke leesomgeving in de klas niet expliciet op tempo aanstuur. Bij het lezen is tempo geen waarde of kwaliteit of doel op zich. Het is enkel maar, dat als je goed leest, dat je het dan op den duur steeds sneller kan.

In de alledaagse leesomgeving in de klas komt gericht oefenen op tempo me oneigenlijk voor. Ik moet er eens over nadenken of ik stellig zou willen beweren dat het daadwerkelijk oneigenlijk ís.

Wat ik me verder bedenk, is dat de meeste kinderen in groep 3 nog geen benul hebben dat het er in de toets op aankomt om het zo snel mogelijk te doen. Om geen fouten te maken decoderen ze zorgvuldig, letter voor letter de woorden, voordat ze ze uitspreken. Tja, dat kost wel bakken met seconden! Dóór, dóór dóór!

Bij de herfstsignalering in november zagen veel kinderen voor het eerst van hun leven een stopwatch, en hadden geen idee waar die voor diende. Wat is een seconde?

Ik zou me zomaar kunnen voorstellen dat dit alles toch van invloed is op de toetsresultaten. Als het me nu alleen maar om de scores ging, dan ging ik ze voortaan flink inpeperen dat het in 't lezend leven vooral om tempo gaat, om scoren, en niet om het plezier, het genoegen van lezen. Maar hoeveel belang ben ik bereid te hechten aan de cijfers? En hoeveel belang hecht ik aan het gewijde gemurmel van mijn lezende klas?

Ik ben ten volle bereid om na te denken over manieren hoe ik het automatiseringsproces nog meer kan bevorderen. Maar dat doe ik bij voorkeur met middelen die mij ge-eigend voorkomen, en dat is in de eerste plaats: meer tijd om lekker te lezen in een fijn boek.

En ja, oké, vooruit maar, ik ga dan ook maar het racelezen wat gedecideerder aanpakken. Want ik word over een half jaar toch weer afgerekend op de cijfers. En misschien heb ik het wel mis.

maandag 7 maart 2011

Meten is weten 2

Een jongetje vertelde in het Jeugdjournaal waarom het volgens hem een goed idee was om voor alle scholen aan het eind van groep acht een reken- en taaltoets verplicht te stellen, zoals de minister van onderwijs graag zou zien. Dan kon je te weten komen, zei hij, waar in Nederland de slimme kinderen zitten.

Het is de spijker op zijn kop. Maar wat heb je daar aan?

Probleem is dat veel grote mensen niet zo slim zijn als veel kinderen, en denken dat je met zo'n toets te weten kunt komen welke scholen goed onderwijs geven. Die niet zo slimme grote mensen - onder wie de minister van onderwijs - denken namelijk dat als de scholen maar goed onderwijs geven, de kinderen hoog zullen scoren.

Scholen waar niet zoveel hoge scoorders zijn - zo geeft het jongetje helder aan - zijn geen slechte scholen, maar scholen waar niet zoveel slimme kinderen zitten. Niks aan te doen.

Eén kanttekening wil ik wel maken bij de wijze woorden van het jongetje. Soms zijn kinderen die laag scoren best slim, maar niet op een manier die zich laat uitdrukken in cijfers. Ook zijn er slimme kinderen die zo bezet zijn met andere dingen, dat ze geen ruimte in hun hoofd hebben om met schooldingen bezig te zijn. Veel kinderen hebben ouders die geen oog hebben voor hun beslommeringen, omdat ze het te druk hebben met hun eigen sores. Sommigen krijgen kost en inwoning bij workaholics met statusangst, anderen hebben te kampen met de beroerde sociale omstandigheden van hun migrantenouders. Allemaal niet bevorderlijk voor de citoscores.

Maar over goed onderwijs kom je zo niets te weten. Een leerkracht die haar leerling een gevoel van competentie, autonomie en relatie weet te geven, en hem en passant met veel liefde en aandacht nog van een lage naar een hoge E-score weet op te krikken, verdient meer credit dan de leerkracht van de hoogpresterende school die met een klas vol zorgeloze, vanzelf lerende topscoordertjes een rijtje A-scores kan laten zien.