dinsdag 2 februari 2010

Kennisoverdracht

Enige dagen na een sollicitatiegesprek op een basisschool word ik gebeld met de mededeling dat de keuze niet op mij gevallen is. De directeur is gestruikeld over het belang dat ik hecht aan kennisoverdracht. Hij noemt het woord - dat hij tussen duim en wijsvinger en met afgewend gezicht van zich afhoudt - in een zin die suggereert dat hechten aan kennisoverdracht op de een of andere manier tegengesteld is aan - of zelfs onverenigbaar met - "iets hebben met kinderen".

Ik geloof dat kinderen het verdienen om les te krijgen van volwassenen die het plezier in het ontdekken van de wereld niet verloren zijn. Volwassenen die het vergaren van kennis als een lust ervaren en met hun enthousiasme de kinderen meevoeren langs alles wat er maar te weten valt. Ik geloof dat ik kinderen wat dat aangaat iets te bieden heb dat hen in het onderwijs nog wel eens onthouden wordt. Dat is wat ik heb willen zeggen toen ik zei dat onderwijs voor mij in belangrijke mate een kwestie van kennisoverdracht is.

Ik heb er ook mee willen uitdrukken dat ik mij distantieer van het soort psychopedagogie dat de laatste jaren gangbaar is geworden, waarbij men ervan uit lijkt te gaan dat het zielig is om kinderen te belasten met kennisoverdracht, en waar onevenredig veel tijd en energie wordt gestoken in het garanderen van veiligheid en welbevinden. Natuurlijk zijn veiligheid en welbevinden belangrijk, maar ik geloof niet in een pedagogie die daar het hele programma op inricht. Kinderen zijn over het algemeen krachtige, veerkrachtige wezens die een onverzadigbare honger naar kennis hebben en alles willen weten wat er maar over de wereld te weten valt.

Onderwijs zou in mijn optiek gericht moeten zijn op kennisoverdracht. Het is aan de ouders te zorgen voor een veilige gehechtheid die maakt dat hun kinderen opgewassen zijn tegen de gepaste druk die het schoolleven op hen uitoefent. Ik ben me er terdege van bewust dat ouders daarin nog wel eens tekortschieten, en een hartelijke leerkracht kan in zo'n geval een hele troost zijn voor een kind, maar het biedt geen rechtvaardiging voor de uitholling van de opdracht van het onderwijs als zodanig. Die opdracht luidt: kennisoverdracht.

Verder zei de directeur dat ik hem meer iemand voor onderzoek toescheen. Ik zal niet ontkennen dat ik veel nadenk over het onderwijs en de daarin gangbare gebruiken en opvattingen voortdurend bevraag op hun geldigheid. Het is mijn intellectuele geweten dat me daartoe noodzaakt. Maar dat staat op geen enkele manier in de weg dat ik tegelijkertijd ook een warmbloedige, invoelende juf ben met hart voor kinderen en een passie voor onderwijs, niet als theoretische maar als praktische aangelegenheid, in de klas, met de kinderen.

Men zal toch niet willen beweren dat onafhankelijkheid van geest bij voorbaat ongeschikt maakt voor de praktijk van het onderwijs?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen