Posts tonen met het label bullshit. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bullshit. Alle posts tonen

dinsdag 15 maart 2011

Bedrog en onbenul

Jan Blokker jr. heeft een fijn pamflet geschreven over het onderwijsbeleid, getiteld Bedrog en Onbenul. Vandaag komt het uit. Beluister ook het radio-interview dat Blokker eerder deze week gaf. Gelukkig zijn er ook mensen met gezond verstand.

Alleen, waarom luisteren onderwijsbeleidsmakers niet naar mensen met gezond verstand? Is het enkel omdat ze geen verstand van onderwijs hebben, of omdat ze andere belangen dienen? Ik vrees het laatste. Was het eerste het geval, dan kon je nog hopen op voortschrijdend inzicht. Maar naar alle waarschijnlijkheid is hier eerder sprake van bedrog dan van onbenul.

Bedrog van het soort dat Harry Frankfurt in On bullshit beschreef.

"[Blokker] zal in dit pamflet laten zien met welk een onwaarschijnlijk samenraapsel van valse argumenten in de afgelopen decennia tot ingrijpende en vaak onomkeerbare veranderingen in het onderwijs is besloten. Beslissingen over het onderwijs worden doorgaans ergens aan de top genomen, buiten de school, en dat is niet erg, want daar ligt de uiteindelijke verantwoordelijkheid. Wel kwalijk is het dat de plannen vaak sterk onderhevig lijken aan mode en vooral dat degenen die het onderwijs verzorgen in het algemeen niet worden betrokken bij de besluitvorming.
Draagvlak creëren betekent voor beleidsmakers uitleggen wat er moet gebeuren, eventueel nog een keer uitleggen wanneer de mensen het niet meteen begrijpen. Het komt niet in de hoofden van bestuurders op dat zij het zelf wel eens bij het verkeerde eind zouden kunnen hebben. Draagvlak creëren zou moeten betekenen: luisteren naar mensen van de praktijk en eventueel op basis van een gesprek de besluiten aanpassen.
Bestuurders hebben het contact verloren met de basis. Waar de gemiddelde docent de vraag Waartoe zijn wij op aarde? zal beantwoorden met het traditionele Om te onderwijzen, is de bestuurder ervan bezeten dat hij iets tot stand moet brengen, bij voorkeur iets groots. Hij wil zich vooral profileren."

woensdag 5 januari 2011

My principles do not allow me

Wintergasten. Raoul Heertje interviewt Antanas Mockus, voormalig burgemeester van Bogotá, Colombia. Een zin uit dat gesprek die me steeds door het hoofd blijft spoken: "My principles do not allow me."

Eens bedreigde een kidnapper Mockus met een vuurwapen om hem te dwingen met hem mee te gaan. In die levensbedreigende situatie zou Mockus gezegd hebben: "Mijn principes staan mij niet toe, gehoor te geven aan de wensen van iemand die mij met een wapen bedreigt."

Misschien is het een sterk verhaal - hoe dan ook, het beeld schudt me wakker, met een schok.

Wat belet mij, om met een beroep op de grenzen die mijn principes mij stellen, te weigeren me te onderwerpen aan een gang van zaken die naar mijn overtuiging niet deugt?

Hoe vaak onderwerp ik mij niet aan "bullshit" (zie vorige bijdrage), enkel omdat degenen die mij daarom vragen - zonder mij zelfs maar onder schot te houden - er geen blijk van geven enig benul te hebben van het feit dat mijn integriteit in het geding is?

Ik herinner me dat ik, in het kader van mijn werk, eens bezwaar maakte tegen de verplichting aanwezig te zijn bij een bijeenkomst waarvan ik de zin niet inzag. Ik gaf daarbij aan dat ik mij door die verplichting in mijn integriteit aangetast voelde. Het woord "integriteit" had een welhaast Brechtiaans Verfremdungseffekt. Zowel mijn gesprekspartner als ikzelf waren er beduusd van. Het onbegrip aan de andere kant leek zo totaal, dat ik het niet aandurfde ter plekke te onderzoeken waarom ik nu net dát woord had gebruikt.

Nu weet ik wat ik had willen zeggen: "Mijn principes staan mij niet toe, tijd en energie te steken in onzinnige activiteiten."

Wat bedoelde ik met het woord integriteit? Iemands diepste waarden, de onaantastbare standaarden die verbonden zijn met iemands levensbeschouwing, waarvoor geen andere houding dan respect op zijn plaats is. Of een ander jouw principes nu begrijpt of niet, hij heeft het morele recht niet daaraan te tornen.

Plotseling komt het me absurd voor, dat je je principes zou verloochenen, enkel en alleen omdat die in het vocabulaire van de ander, die van jou iets verlangt dat tegen je principes indruist, niet vóórkomen. Toegeven, alleen omdat de ander je verzet niet begrijpt.

dinsdag 4 januari 2011

On bullshit

Toen ik er voor koos om juf te worden, had ik een bepaalde voorstelling van wat dat vak inhield. Ik stelde me voor dat ik zou werken in een gebouw waar het rook naar vers geslepen potloden, waar juffen en meesters in lokalen met grote ramen aan het werk zouden zijn met groepen kinderen om ze wegwijs te maken in de wereld. Ergens boven in een kamertje zat de directeur, die zorgde voor alle dingen die de juffen en meesters nodig hadden om hun werk goed te doen, en die ze niet zelf konden regelen omdat zij bij de kinderen waren.

Ik dacht niet aan overheidsbemoeienis en inspectie, ik had geen idee van bestuursbureaus, samenwerkingsverbanden, onderwijsadviesbureaus, onderwijsraden en welke organen meer. Ik had geen idee van werktijdfactorformulier, managementstructuur, popgesprek, bekwaamheidsdossier of functiemix. Ik dacht niet aan adaptief, passend, ontwikkelingsgericht, kindgericht, ervaringsgericht, vraaggericht, duurzaam, ecologisch, innovatief, leerstofgericht of opbrengstgericht.

Ondertussen gaat er geen dag voorbij zonder dat er een appel op me wordt gedaan om me te verhouden tot al deze instanties, paperassen en richtingen. Ik zou dat appel wel kunnen negeren, gewoon braaf mijn werk in de klas doen en me verder niet verdiepen in de onderliggende structuren die ten grondslag liggen aan de onderwijspraktijk, maar -

Of nee, dat kan ik dus niet. Ik wil weten hoe het werkt en of het goed is zoals het werkt. Mijn intellectuele geweten verlangt dat van me. Ik voel dat het niet goed is zoals het werkt, en ik wil de feiten onderzoeken om dat gevoel te onderbouwen met argumenten. Maar zodra ik mijn lokaal uitloop en de onderwijswereld inga, kom ik in een moeras terecht dat reikt totaan de horizon. Een stroperige prut waarin geen simpel feit meer lijkt terug te vinden.

De Amerikaanse filosoof Harry Frankfurt schreef een boekje getiteld On bullshit, en nu ik het gelezen heb, weet ik waaruit dat moeras bestaat.

Bullshit is gepraat dat losstaat van enige bekommernis om waarachtigheid of een waarachtige weergave van de werkelijkheid. Bullshit is niet zonder meer onwaarheid. Het kan best zijn dat een bullshitter ware dingen zegt, maar dat is zijn zorg niet, het is niet de reden waarom hij zegt wat hij zegt. Hij zegt wat hij zegt, niet om te zeggen hoe volgens hem de dingen werkelijk zijn, maar om een bepaald doel te bereiken. En het is niet zo dat hij zijn publiek voor de gek houdt over hoe de dingen zijn - het interesseert hem niet hoe de dingen zijn - maar hij houdt het voor de gek over wat zijn eigenlijke doel is. Wat de bullshitter verbergt, is dat de waarheidswaarde van zijn uitspraken hem hoegenaamd niet interesseert. Wat zijn uitspraken leidt, is slechts het doel dat hij wil bereiken, en om dat te bereiken is het van belang dat zijn publiek dat niet doorziet.

Het onderwijsmoeras dat zich uitstrekt buiten het klaslokaal, bestaat voor een heel groot deel uit bullshit. Een moeras van vage taal, glossy blaadjes en websites, kretologie, beleidsnotities, blabla van allerlei aard, geproduceerd door een leger van mensen voor wie een oprecht streven naar waarachtigheid niet het leidend principe is.

Waarom komen de juffen en meesters hiertegen niet in het geweer? Zijn ze blind of zijn ze murw? Het lijkt erop dat de gewoonte van mensen om aandacht te besteden aan de vraag hoe het nu eigenlijk zit, verkwijnt.

Frankfurt wijst erop dat de uitventer van bullshit riskeert iedere vorm van waarheidszin te verliezen, totdat het niet langer een gekozen middel is om een doel te bereiken, maar een manier van in de wereld staan die hij niet meer naar believen kan aan- of uitzetten.

Wat Frankfurt niet noemt, maar mijns inziens een minstens zo groot probleem is, is dat naast de bullshitter ook de bullshittee, ten gevolge van de niet aflatende blootstelling aan bullshit, mettertijd corrumpeert en zijn waarheidszin verliest.