Posts tonen met het label universiteit. Alle posts tonen
Posts tonen met het label universiteit. Alle posts tonen

woensdag 20 oktober 2010

Ideas worth spreading

Via LinkedIn stuitte ik op de betogen van Sir Ken Robinson, iemand die van alles te zeggen heeft over het huidige onderwijssysteem en wat daar volgens hem aan zou moeten veranderen. De video's zijn online gezet door TED, een organisatie die "ideas worth spreading" op deze wijze wereldkundig maakt. Die noemer is goed gekozen. Ideeën die tot denken bewegen zijn alleen al om die reden het verspreiden waard, juist ook als ze prikkelen tot kanttekeningen.

Robinson typeert het huidige onderwijssysteem als een fastfoodketen. Overal in de wereld kun je een hamburger halen bij MacDonalds, en die zal overal precies hetzelfde smaken. Het streven van fastfoodketens is eenvormigheid, en volgens Robinson leidt ook het huidige onderwijssysteem tot eenvormigheid. Volgens Robinson is het onderwijs zoals het nu is er eenzijdig op gericht academici af te leveren, alsof dat het enige soort mensen is dat deugt.

Ik geef Robinson gelijk als hij beweert dat het onderwijs resulteert in gelijkvormigheid. Maar dat het hoogste streven van onderwijsinstellingen is, academici voort te brengen, lijkt me onjuist. Zelfs universiteiten bieden niet langer een passende omgeving voor rechtgeaarde intellectuelen. De uniformiteit in het mensbeeld dat het onderwijs uitdraagt - tot de universiteiten aan toe - is veeleer het gevolg van eenzijdig marktdenken.

Robinson houdt een pleidooi voor kunstonderwijs. Hij wijst erop dat kinderen op school systematisch "divergent thinking" wordt afgeleerd, en de remedie daartegen zou onder meer kunstonderwijs zijn. Misschien is dat juist. Echter, intellectuele arbeid en filosofische reflectie (academische vaardigheden) zijn niet tegengesteld aan creatieve vakken, maar zijn er onderdeel van. Filosofie is bij uitstek een vak dat afwijkend denken stimuleert en koestert.

Picasso zou gezegd hebben dat alle kinderen kunstenaars zijn, en dat de moeilijkheid is, kunstenaar te blijven zodra je opgroeit. Iets soortgelijks zou je kunnen zeggen over filosofie. Alle kinderen zijn filosofen, maar de meeste leren het af om zich overal over te verwonderen, want dat brengt geen brood op de plank, en veel grote mensen vinden het domweg irritant, al dat gevraag.

Een fundamenteel probleem in het onderwijs is de eenvormigheid van het geïmpliceerde mensbeeld en de afwezigheid van reflectie daarop. Maar als je die eenvormigheid zou willen karakteriseren dan zou ik zeggen dat het niet de academische mens maar veeleer de lucratieve mens is, die het onderwijs op het oog heeft.

Hoe het ook zij, welk model ook impliciet wordt nagestreefd met de vorming die het onderwijs biedt, het probleem zit hem in de eenzijdigheid, en de oplossing is te vinden in oog voor de waarde van veelvormigheid.

vrijdag 26 maart 2010

Misverstand

Als ik zo nu en dan lucht geef aan mijn twijfels of ik het in het basisonderwijs nog wel uithoud, vragen mensen zelden wat de aanleiding tot die twijfel is. Ze veronderstellen zonder door te vragen heel gemakkelijk dat het niveau van de leerstof en de leerlingen mij wel zal vervelen. Omdat ik me tenslotte ook heb beziggehouden met vaak moeilijk te doorgronden teksten uit de geschiedenis van de filosofie, en daarover heb geschreven en onderwezen op academisch niveau. Geen wonder dat het me moest gaan vervelen om kinderen de eerste beginselen van lezen, schrijven en rekenen bij te brengen.

Men veronderstelt kennelijk dat zij die een rijke geestelijke ontwikkeling deelachtig zijn zich in de omgang met het lagere zullen vervelen. Dit zou dan zo zijn “omdat zij het beneden hun waardigheid achten aandacht te besteden aan het meer elementaire niveau, of omdat ze daartoe helemaal niet meer in staat zijn.”

Het onderwijs lijkt zelfs te zijn ingericht op grond van de opvatting “dat jonge kinderen niet direct aan de meest uitnemende geesten moeten worden toevertrouwd, alsof een middelmatig docent geschikter zou zijn voor beginonderwijs, omdat hij gemakkelijker te begrijpen en na te volgen zou zijn en minder trots om die vervelende beginselen voor zijn rekening te nemen.”

Er is hier sprake van een misverstand. Niet alleen “blinkt niemand uit in het hogere als het lagere hem ontbreekt”, maar ook is het zo dat het lagere een grotere rijkdom prijsgeeft aan degene met een ontwikkelde geest. Een kikker neemt enkel ooievaars en vliegen waar, en heeft geen zintuig voor wat buiten het kader valt van eten en gegeten worden. Voor een middelmatig docent is de leerstof na een aantal jaren een slaapverwekkende routine. Maar voor een filosoof is het een even rijkgeschakeerde ervaring jonge kinderen te leren lezen als met studenten de Phaenomenologie des Geistes proberen te doorgronden.

Ik zou zelfs wel willen beweren dat er voor een filosoof in de klas met de kinderen meer is dat tot verwondering uitnodigt en tot denken aanzet, dan aan de universitaire halvarinefabrieken van vandaag.

* De aangehaalde passages zijn uit Quintilianus, die schreef over het onderwijs in de eerste eeuw van onze jaartelling (De opleiding tot redenaar II.3).