Posts tonen met het label HOREB. Alle posts tonen
Posts tonen met het label HOREB. Alle posts tonen

vrijdag 10 februari 2012

Wat is er nodig?

Ik denk na over doelenlijsten.

Een checklist met de onderwijsdoelen die je in de loop van het jaar nastreeft, wil ook vaak een overzicht geven van waar een kind op een bepaalde leeftijd behoort te zijn in zijn ontwikkeling. Juffen vinden het vaak fijn om dat te weten.

Maar waarom is dat eigenlijk? Wat is de meerwaarde van de constatering dat een kind iets nog niet kan wat alle anderen al wél kunnen? Wat helpt dat dat ene kind verder? Waar het om gaat is toch, dat je als juf nadenkt wat er nodig is opdat een kind zich verder kan ontwikkelen vanaf het punt waar het nu staat.

Wat geeft je de meest bruikbare informatie om te bepalen wat een kind van jou nodig heeft? Is dat een antwoord op de vraag of een kind kan wat andere kinderen van zijn leeftijd landelijk gezien kunnen? Stel dat je constateert dat een kind nog niet kan wat alle kinderen van zijn leeftijd al wel kunnen. Wat ga je dan doen: duwen en trekken en kneden tot het voldoet aan de norm? De vraag zou moeten zijn, wat een kind nodig heeft. Wat je als juf nodig hebt is een antwoord op de vraag: wat kan dit kind al en welke stap gaan we nu maken?

Wat Horeb onderscheidt van andere leerlingvolgsystemen, is in de eerste plaats dat het een instrument is dat inhoudelijke, beschrijvende reflectie op de ontwikkeling van je kinderen vraagt. De meerwaarde van Horeb zit ‘m precies daarin, dat het een hulpmiddel is dat je helpt beter na te denken over wat op dit moment nodig is voor deze of gene leerling, goed te kijken wat een kind laat zien en daarvan een reflectieverslag te schrijven, waarop je je vervolgaanbod baseert. Doordat Horeb je ertoe zet je observaties expliciet te verwoorden, scherp je je blik. Een afvinklijst heeft dat effect niet.

Doordat Horeb vraagt om ook op het vlak van een aantal minder scherp af te bakenen domeinen te observeren en te reflecteren, is het een minder overzichtelijk instrument dan de door velen zo vurig gewenste checklist. Maar het is wel juist de nuance en de complexiteit van Horeb die je leerlingen beschermt tegen de schijn van beheersbaarheid en controle die zo’n overzichtelijk lijstje van meetbare gegevens met zich meedraagt.

Zo’n afvinklijst is aantrekkelijk door z'n overzichtelijkheid, het geeft je het gevoel dat je goed bezig bent. Elke keer dat je een vakje aankruist denk je: ik boek vooruitgang. Maar wat levert het nu werkelijk op voor de kwaliteit van je onderwijs? Wat levert het op voor de kinderen? Helpt het jou bij het nadenken over wat nodig is om je leerlingen verder te helpen in hun ontwikkeling? Je registreert het aantal centimenters dat ze groeien, maar dat jij daartoe bijdraagt blijkt niet uit zo’n lijst, en zo’n lijst daagt je er ook niet toe uit, erover na te denken wat een kind nodig heeft.

Dat doet een instrument als Horeb - mits goed gebruikt - wél.

Tick the box

In de groepen 1/2 is er behoefte aan een checklist, waarmee je kunt bijhouden of alle specifieke kennis en vaardigheden aan bod zijn gekomen in de loop van het schooljaar, en in hoeverre de afzonderlijke leerlingen de gestelde doelen hebben behaald, met andere woorden, of ze die kennis en die vaardigheden beheersen.

Zulke lijsten bestaan, maar de vraag is in hoeverre ze verenigbaar zijn met ons onderwijsconcept. Ik wil hier eens voor mezelf nagaan waarom het idee van zo'n checklist wringt.

We streven ernaar ons onderwijs volgens het ontwikkelingsgericht onderwijsconcept vorm te geven. Dat houdt onder meer in, dat we niet alleen meetbare resultaten registreren, maar dat we ook het ontwikkelingsproces van de kinderen volgen en daarop aansluiten. In dat proces spelen nog andere aspecten een rol die vaak niet in cijfers uit te drukken zijn. We koesteren de nieuwsgierigheid, de onbevangenheid en het zelfvertrouwen van kinderen, en proberen die eigenschappen opnieuw aan te kweken bij kinderen die op dat vlak schade hebben opgelopen. Ook dat zijn doelen die we stellen in ons onderwijs.

Verder richten we de aandacht bewust op de manier waarop kinderen communiceren met elkaar, hoe ze samen spelen en  werken, in hoeverre ze actief zijn en initiatief nemen om iets te weten te komen en de wereld te verkennen, of ze zich goed kunnen uiten, of ze fantasie, inlevings- en reflectievermogen hebben, of ze creatief zijn, in hoeverre ze hun impulsen de baas zijn, en of ze uit de voeten kunnen met de verschillende codes die gelden in de wereld van alledag.

Als je ontwikkelingsgericht onderwijs nastreeft, waarin al deze aspecten van de ontwikkeling van kinderen een rol spelen, en je gebruikt tegelijkertijd een checklist waarin deze brede bedoelingen niet opgenomen zijn, dan wekt dat de indruk dat ze van secundair belang worden geacht.

Tegelijkertijd lenen deze doelen zich niet goed voor een afvinklijst. Je kunt nieuwsgierigheid of reflectievermogen niet uitdrukken in een score. Om over dergelijke eigenschappen iets te kunnen zeggen, heb je ruimte nodig om observaties uit te schrijven. Dat kan in het logboek van Horeb. Op een afvinklijst is daar geen ruimte voor.

Het verlangen naar een checklist is een symptoom van het rekenende denken dat van meetbare resulten en controle houdt, en dat staat op gespannen voet met de werkelijke aandacht voor de ontwikkeling van kinderen en de reflexieve houding die leerkrachten in ontwikkelingsgericht onderwijs kenmerkt.

woensdag 26 oktober 2011

Stilstaan en terugkijken

Voor de maandagmiddag had ik een gespreksactiviteit gepland in het logboek (in de digitale Horeb). Met vier kinderen zou ik een gesprek voeren over het thema familie. Aanleiding voor het gesprek zou een tekening zijn die alle kinderen ´s morgens maakten van hun familie. Ik vroeg ze ook er een zin bij te schrijven, al hebben ze officieel pas zes weken lees- en schrijfonderwijs en kennen ze nog niet alle letters.

Het eerste gesprekje heeft plaatsgevonden en nu schrijf ik mijn reflectieverslag over de vier kinderen uit dat gespreksgroepje, ook weer in het logboek. Direct wordt duidelijk waar het instrument goed voor is. Al schrijvende kom ik tot het ene inzicht na het andere. Terwijl ik beschrijf wat ik gezien heb, word ik me bewust van de ontwikkelingsfase waarin elk van deze kinderen zich bevindt.

De één tekent harkpoppetjes in klare lijn, zonder enig detail, zonder enig kenmerk dat het ene familielid onderscheidt van het andere. De ander tekent zeer gedetailleerd, met verschillen in lichaamslengte, haardracht en kleur van de ogen, en met attributen als een stok, een bril, een rolstoel. De één zet geen letter op papier, de ander schrijft onbevangen alle lijntjes vol en vertaalt blijmoedig wat daar staat als blijkt dat ik niet alles kan ontcijferen.

Doordat ik schrijf, sta ik er ook bij stil dat het gesprek nog niet het soort gesprek was dat ik nastreef, dat ik zelf teveel aan het woord ben geweest, en dat ik de volgende keer beter eerst de kinderen eens kan vragen elkaars tekeningen te bekijken en er elkaar vragen over te stellen.

Volgende keer ga ik weer zo´n gesprek doen, met vier andere kinderen, en dan weet ik weer wat beter waar ik op kan letten, bij mezelf en bij de kinderen. Dan schrijf ik ook daarover weer een reflectieverslag en op basis daarvan scherp ik mijn voornemens voor het daaropvolgende gesprek weer aan.

De kinderen groeien en ik groei ook. Ieder van ons in zijn eigen zone van naaste ontwikkeling.

En dan nog, als bouwcoördinator, de doeners in mijn onderbouwteam meekrijgen. Daarover een andere keer.

woensdag 19 oktober 2011

Hester op de berg Horeb

Herfstvakantie. Woensdag, de kinderen naar de opvang. Eerste echte moment van reflectie sinds mijn start op De Kleine Reus, een Amsterdamse basisschool voor ontwikkelingsgericht onderwijs. Niet alleen als deeltijd groepsleerkracht van één van de groepen 3, maar ook als coördinator van de onderbouw.

Ik geniet van de energie in het team, de betrokkenheid, de wakkerheid, de wil om zich te ontwikkelen. Regelmatig heb ik de sensatie alsof ik teveel zuurstof binnen krijg. Zuivere lucht! En iedereen krijgt hier de ruimte om zijn eigen ontwikkelingsproces door te maken. Niet alleen de kinderen, maar ook de collega's worden steeds uitgedaagd in wat Vygotsky noemt: de zone van de naaste ontwikkeling.

Dit jaar werkt het team van De Kleine Reus voor het eerst met de digitale HOREB. Het is een belangrijk hulpmiddel bij het ontwerpen van ontwikkelingsgericht onderwijs. Onderwijs dat je niet vormgeeft met je neus in de methodehandleiding, maar met al je zintuigen gericht op de kinderen. Wat kunnen ze, wat willen ze, wat is de volgende stap. Steeds een stap verder de wereld in.

Het instrument HOREB bestaat uit een complex van formulieren voor observatie, registratie en evaluatie van de activiteiten die je met de kinderen ontwikkelt binnen de context van een thema.

Hoewel het team al een aantal jaren ontwikkelingsgericht onderwijs geeft, roept het digitale instrument bij een aantal collega's fikse weerstand op. Ook en juist bij hele goede leerkrachten, echte onderwijsdieren die het ambacht zozeer in de vingers zit dat ze niet goed kunnen zeggen hoe ze het doen, waarom ze doen wat ze doen. Ze doen de hele dag niet anders dan observeren, registreren, evalueren en op grond daarvan steeds het onderwijsaanbod bijstellen. Intuïtief. Maar vraag ze niet dat allemaal te analyseren en uit te schrijven in een digitaal systeem. Ze lijken HOREB niet te ervaren als een hulpmiddel maar als een onevenredige belasting die ten koste gaat van het echte werk in de groep.

Ik twijfel.

Enerzijds heb ik het grootste respect voor de onuitgesproken, praktische wijsheid en de volledig geïnternaliseerde vakkennis van de ambachtsvrouw die een goede juf is. Zelf meer denker dan doener, kan ik met jaloerse bewondering toekijken hoe zo'n intuïtieve juf met haar groep aan het werk is. Niet storen met complexe cerebrale registratiesystemen, denk ik dan.

Anderzijds ben ik ervan overtuigd dat de kwaliteit van het onderwijs er enorm op vooruit zal gaan als je bij de aanvang van elke nieuwe periode expliciet maakt wat je van plan bent te gaan doen, je afvraagt welke doelen je daarmee voor ogen hebt, gaandeweg je plannen bijstelt op basis van wat je ziet bij de kinderen, en aan het eind checkt wat er van je vooropgezette doelen terecht is gekomen. Het expliciet verwoorden maakt althans het onderwijs dat ik zelf vormgeef onmiskenbaar beter.

Schrijven is voor mij niet verslag leggen of verantwoording afleggen, maar mijn gedachten ordenen, voor mezelf, ten bate van mijn onderwijsaanbod. Zo zie ik HOREB: als een instrument dat mij helpt scherp te stellen, te focussen, mijn plannen toe te spitsen. Dat doet het, doordat het mij vragen stelt, waarop ik een antwoord moet formuleren. Je zou het ook kunnen noemen, mijn ontwikkelingsgericht geweten.