Posts tonen met het label waardigheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label waardigheid. Alle posts tonen

woensdag 5 januari 2011

My principles do not allow me

Wintergasten. Raoul Heertje interviewt Antanas Mockus, voormalig burgemeester van Bogotá, Colombia. Een zin uit dat gesprek die me steeds door het hoofd blijft spoken: "My principles do not allow me."

Eens bedreigde een kidnapper Mockus met een vuurwapen om hem te dwingen met hem mee te gaan. In die levensbedreigende situatie zou Mockus gezegd hebben: "Mijn principes staan mij niet toe, gehoor te geven aan de wensen van iemand die mij met een wapen bedreigt."

Misschien is het een sterk verhaal - hoe dan ook, het beeld schudt me wakker, met een schok.

Wat belet mij, om met een beroep op de grenzen die mijn principes mij stellen, te weigeren me te onderwerpen aan een gang van zaken die naar mijn overtuiging niet deugt?

Hoe vaak onderwerp ik mij niet aan "bullshit" (zie vorige bijdrage), enkel omdat degenen die mij daarom vragen - zonder mij zelfs maar onder schot te houden - er geen blijk van geven enig benul te hebben van het feit dat mijn integriteit in het geding is?

Ik herinner me dat ik, in het kader van mijn werk, eens bezwaar maakte tegen de verplichting aanwezig te zijn bij een bijeenkomst waarvan ik de zin niet inzag. Ik gaf daarbij aan dat ik mij door die verplichting in mijn integriteit aangetast voelde. Het woord "integriteit" had een welhaast Brechtiaans Verfremdungseffekt. Zowel mijn gesprekspartner als ikzelf waren er beduusd van. Het onbegrip aan de andere kant leek zo totaal, dat ik het niet aandurfde ter plekke te onderzoeken waarom ik nu net dát woord had gebruikt.

Nu weet ik wat ik had willen zeggen: "Mijn principes staan mij niet toe, tijd en energie te steken in onzinnige activiteiten."

Wat bedoelde ik met het woord integriteit? Iemands diepste waarden, de onaantastbare standaarden die verbonden zijn met iemands levensbeschouwing, waarvoor geen andere houding dan respect op zijn plaats is. Of een ander jouw principes nu begrijpt of niet, hij heeft het morele recht niet daaraan te tornen.

Plotseling komt het me absurd voor, dat je je principes zou verloochenen, enkel en alleen omdat die in het vocabulaire van de ander, die van jou iets verlangt dat tegen je principes indruist, niet vóórkomen. Toegeven, alleen omdat de ander je verzet niet begrijpt.

vrijdag 26 maart 2010

Misverstand

Als ik zo nu en dan lucht geef aan mijn twijfels of ik het in het basisonderwijs nog wel uithoud, vragen mensen zelden wat de aanleiding tot die twijfel is. Ze veronderstellen zonder door te vragen heel gemakkelijk dat het niveau van de leerstof en de leerlingen mij wel zal vervelen. Omdat ik me tenslotte ook heb beziggehouden met vaak moeilijk te doorgronden teksten uit de geschiedenis van de filosofie, en daarover heb geschreven en onderwezen op academisch niveau. Geen wonder dat het me moest gaan vervelen om kinderen de eerste beginselen van lezen, schrijven en rekenen bij te brengen.

Men veronderstelt kennelijk dat zij die een rijke geestelijke ontwikkeling deelachtig zijn zich in de omgang met het lagere zullen vervelen. Dit zou dan zo zijn “omdat zij het beneden hun waardigheid achten aandacht te besteden aan het meer elementaire niveau, of omdat ze daartoe helemaal niet meer in staat zijn.”

Het onderwijs lijkt zelfs te zijn ingericht op grond van de opvatting “dat jonge kinderen niet direct aan de meest uitnemende geesten moeten worden toevertrouwd, alsof een middelmatig docent geschikter zou zijn voor beginonderwijs, omdat hij gemakkelijker te begrijpen en na te volgen zou zijn en minder trots om die vervelende beginselen voor zijn rekening te nemen.”

Er is hier sprake van een misverstand. Niet alleen “blinkt niemand uit in het hogere als het lagere hem ontbreekt”, maar ook is het zo dat het lagere een grotere rijkdom prijsgeeft aan degene met een ontwikkelde geest. Een kikker neemt enkel ooievaars en vliegen waar, en heeft geen zintuig voor wat buiten het kader valt van eten en gegeten worden. Voor een middelmatig docent is de leerstof na een aantal jaren een slaapverwekkende routine. Maar voor een filosoof is het een even rijkgeschakeerde ervaring jonge kinderen te leren lezen als met studenten de Phaenomenologie des Geistes proberen te doorgronden.

Ik zou zelfs wel willen beweren dat er voor een filosoof in de klas met de kinderen meer is dat tot verwondering uitnodigt en tot denken aanzet, dan aan de universitaire halvarinefabrieken van vandaag.

* De aangehaalde passages zijn uit Quintilianus, die schreef over het onderwijs in de eerste eeuw van onze jaartelling (De opleiding tot redenaar II.3).