zondag 14 april 2013

Kinderen en auto's



Ik werk in het onderwijs. Ik heb te maken met kinderen, met hun ouders, en met collega´s. Met al die mensen ga ik relaties aan, die zich telkens anders ontwikkelen in het samenspel tussen mijn eigenaardigheden en die van de ander. Eigenaardigheden die het voortvloeisel zijn van ieders lotgevallen, waarvan ik in veel gevallen niet of nauwelijks in detail op de hoogte ben, terwijl ze wel de achtergrond vormen waardoor ieders gedrag kleur krijgt. Dat levendige, veelkleurige, onbeheersbare samenspel van relaties en interacties vormt de werkelijkheid waarin ik werk. Ik probeer steeds recht te doen aan de dingen, aan de kinderen, de ouders, de collega's, de relaties, de interacties, het proces. Wat ik daartoe vooral nodig heb, is praktische wijsheid, en ruimte om bij mezelf en anderen te rade te gaan: wat is hier nodig? Wat staat mij hier te doen? 

Ik heb ook spullen nodig. Een schoolgebouw, een lokaal met meubilair, boeken, schriften, potloden, computers. En een salaris. Dat kost geld. De overheid levert het geld dat nodig is om die materiële kant van het onderwijs te financieren.

In ruil voor die investering wil de overheid controleren of wij ons werk wel goed doen. Als je ergens in investeert, wil je tenslotte toch weten of het straks ook wat oplevert. Zo denkt althans de zakenman.

Hier stuiten twee benaderingswijzen van de werkelijkheid op elkaar. Enerzijds is er de koele berekening van investeerders, die primair geïnteresseerd zijn in wat het kost en wat het oplevert - het economisch denken. Anderzijds is er de verantwoordelijkheid en de aandacht van leraren voor de menselijke interacties die het element vormen waarin zij met de kinderen de wereld betekenis geven.

Daar ontstaat frictie. De investeerder streeft naar controle en brengt daartoe de werkelijkheid terug tot cijfers, grafieken en diagrammen. Hij vraagt de leraar om met documentatie van harde feiten rekenschap af te leggen van de effectiviteit van zijn interventies. Hij reduceert het onderwijsproces tot een reeks evidence based technieken die al dan niet naar behoren zijn uitgevoerd, zoals af te lezen aan de toetsresultaten. Onderwijs wordt hier gereduceerd tot een instrumentele werkelijkheid: een middel tot een doel, een investering ter verhoging van de opbrengsten.

Ter illustratie: tijdens een traject Opbrengstgericht Werken werd zonder een spoor van ironie het voorbeeld van Total Quality Management uit de autofabriek van Toyota opgevoerd als lichtend voorbeeld voor het onderwijs.

Tegenover de investeerder staat de leraar. Als leraar streef ik naar rechtvaardigheid. Ik probeer daartoe steeds oog te houden voor de uniciteit van elk kind, elke situatie, elke interactie. Ik probeer ten allen tijde het zekere weten te voorkomen. Ik probeer de eigenheid van kinderen te redden van reductie tot toetsresultaten. Ik vraag van de overheid ruimte en vertrouwen om te handelen in overeenstemming met mijn geweten. Ik wil daarover zonder enige terughoudendheid verantwoording afleggen, in een gelijkwaardige dialoog waarin ruimte is voor levende verhalen over unieke mensen, situaties, interacties. 






Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen