jezelf een vraag stellen
daarmee begint verzet

en dan die vraag aan een ander stellen

~ Remco Campert

woensdag 23 februari 2011

To do a job well for its own sake

Studiedag met het team. We deden het "vaardighedenspel", gebaseerd op de lerarencompetenties uit het bekwaamheidsdossier. Het was leuk om te doen, vooral omdat het ons met elkaar in gesprek bracht over wat we belangrijk vinden in ons werk. Zolang het die functie heeft, prima. Maar er zit meer vast aan die lerarencompetenties. Wat stoort me toch zo in het bekwaamheidsdossier, en bijvoorbeeld ook in het lerarenregister?

Het zijn controle-instrumenten om te meten - daar gaat het wat mij betreft al mis - in welke mate onderwijzers goede onderwijzers zijn, en om goede van slechte te onderscheiden. Je kunt geregistreerd staan in het register als een aangetoond goede leerkracht, of niet. In het bekwaamheidsdossier dien je met bewijsstukken aan te tonen dat je over de vereiste competenties beschikt.

Dat begrijp ik niet. Leerkracht is geen vrij beroep. Als je voor de klas staat, dan heb je daartoe een opleiding gehad. Na het behalen van het diploma en na het verkrijgen van een vaste aanstelling, ben je leerkracht. Vanaf dat moment heb je recht op het vertrouwen van je werkgever en je collega's, dat je je vak verstaat. Pas als het tegendeel blijkt, mag men dat vertrouwen opzeggen. En dan nog alleen met overlegging van concrete voorbeelden waaruit blijkt dat je je werk niet goed doet.

Is het niet krenkend, dat een leerkracht zijn kostbare tijd aan een persoonlijk portfolio zou moeten besteden om aan te tonen dat hij zijn vak goed uitoefent, terwijl nergens uit blijkt dat het niet zo is?

Er spreekt een fundamenteel wantrouwen uit ten aanzien van de groepsleerkracht, hoezeer de Stichting Beroepskwaliteit Leraren, die deze producten heeft ontwikkeld, ook het tegendeel wil doen geloven.

Wie in het onderwijs werkt, weet als geen ander wat een overmaat aan beheersdrang doet met iemands intrinsieke motivatie. Mensen die onderwijs geven vanuit het verlangen to do a job well for its own sake kunnen enkel meewarig hoofdschudden bij de hemeltergende blindheid van de controleurs. Als je van binnenuit gedreven bent, wil dat nog niet zeggen dat de aanhoudende miskenning van je belangeloze engagement niet demoraliserend werkt.

zaterdag 19 februari 2011

You're tearing me apart

Een item op televisie over het toenemend aantal kinderen dat antipsychotica slikt. En waarom slik je die pillen dan? vraagt de interviewer het kind. En het kind antwoordt: omdat ik anders weer woedeaanvallen krijg.

Stelt iemand nog belang in de vraag, waar het kind dan zo woedend om werd? Komen woede, angst, of welk onaangenaam gevoel dan ook, zomaar uit de lucht vallen als onvoorspelbaar en onbeheersbaar natuurverschijnsel? Gaat er dan niets aan vooraf? Ligt er dan niets ten grondslag aan dat gevoel?

Als iemand woedend is, geef je hem dan een pilletje om het gevoel weg te maken, of praat je met hem totdat-ie is uitgewoed? Als iemand bang is, is dan je eerste zorg dat gevoel te ontkennen, of ga je op zoek naar de oorzaak? Als een kind andere kinderen pest, is dan je antwoord dat je hem wel eens stevig zal toespreken, of tracht je te achterhalen wat maakt dat ie zo lelijk doet?

Het lijkt soms alsof het denkbeeld dat woede, angst en agressie symptomen zijn van achterliggende oorzaken, als achterhaald wordt beschouwd. Anderzijds wordt ook gezegd: antipsychotica werken sneller en zijn goedkoper dan het achterhalen van de oorsprong van het onhanteerbare gedrag. En cynisch genoeg is de conclusie: "Dan is de keuze snel gemaakt."

Pardon? Jij trekt je de haren uit je kop van razernij, maar je ouders, de juf, de dokter zeggen, ja sorry, we hebben geen tijd en geen geld om ons erin te verdiepen hoe het nu werkelijk met je gaat? Hier heb je je pilletje en nou verder niet lastig zijn?

Je zou als kind spontaan de zoveelste woedeaanval krijgen van zo'n schaamteloze ontkenning van je gevoel.

donderdag 17 februari 2011

If you stand for nothing, you'll fall for anything

In het onderwijs heb je enerzijds mensen die het werk doen en anderzijds mensen die beleid maken. De mensen die beleid maken, werken niet in de onderwijspraktijk. Zij bedenken hoe het moet, en sturen dan notities naar de scholen waar de mensen "in het veld" geacht worden uit te voeren wat de beleidsmakers hebben bedacht. Ook zijn er talloze adviseurs die met enige regelmaat op een school een studiedag of teamtraining verzorgen. Ook hier vertellen mensen van buitenaf wat de mensen "in het veld" moeten doen.

De mensen van de praktijk lijken geen eigen stem te hebben. Het zijn vaak doeners, geen denkers. Maar onderhuids voelen ze zich wel degelijk gekrenkt in hun beroepseer. Wie zijn die beleidsmakers en adviseurs dat ze ons komen vertellen hoe wij ons vak moeten uitoefenen? Wat weten zij ervan? Die onvrede ligt bij de een meer aan de oppervlakte, bij de ander dieper begraven, maar is onmiskenbaar.

Onderwijsmensen  hebben het vaak te druk met hakken om hun bijl te slijpen. Ze nemen de tijd niet om zich af te vragen: waarom doen we het eigenlijk zo? Moet het wel zo, of zou het op een andere manier beter zijn? De overheid verlangt wel van alles van het onderwijs, maar wie zegt dat wij overal maar eindeloos aan moeten proberen te beantwoorden?

Het Socratisch Lokaal is een plaats waar de doeners tot de ontdekking komen dat aan de basis van al hun doen een netwerk van onuitgesproken ideeën ligt. De gespreksleider haalt, als een hedendaagse Socrates, die onuitgesproken ideeën naar boven en is de doeners behulpzaam bij het verwoorden ervan. De doeners zijn tenslotte de experts, die veel beter dan welke beleidsmaker of adviseur ook, weten hoe het er werkelijk aan toegaat in het onderwijs. Ze nemen alleen de tijd niet om hun gedachten te verwoorden en hun stem te laten horen. Dat is ook hun ding niet. Ze zijn te druk met doen.

Waarom is het - ook al is het je ding niet - toch belangrijk woorden te kunnen geven aan de onuitgesproken ideeën die ten grondslag liggen aan je professionele handelen? Omdat je, om invloed te kunnen uitoefenen op het beleid, moet weten waar je voor staat. Omdat wie niet weet waar hij voor staat, geen enkel verweer heeft tegen de beleidsmakers en adviseurs met hun "passend onderwijs", "opbrengstgericht werken", "bekwaamheidsdossier" en wat al niet.

Zoals de Engelsen zeggen: "If you stand for nothing, you'll fall for anything."