Posts tonen met het label ecologische pedagogiek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ecologische pedagogiek. Alle posts tonen

woensdag 8 december 2010

Het kind en de weg

De invloedrijke onderwijskundige Luc Stevens zegt, je moet uitgaan van het kind, waar het kind aan toe is. En het curriculum loslaten. Ik begrijp niet goed waarom het één meteen tot het ander zou moeten leiden.

Aan de ene kant heb je een waslijst met dingen die een mens moet weten om zich op de duur vrij te kunnen bewegen en zelfstandig te kunnen verhouden tot de wereld. Kennis en vaardigheden. Het zogeheten curriculum. (zie ook "Wat hetzelfde blijft").

Aan de andere kant heb je kinderen, menselijke wezens, allemaal verschillend, met verschillende interesses en verschillende vermogens en verschillend in het tempo waarmee ze zich ontwikkelen. Kinderen die niets liever willen dan van alles te leren over de wereld en zich die eigen te maken.

Die kinderen enerzijds en die kennis en vaardigheden anderzijds, die wil je bij elkaar brengen. Daar dient het onderwijs voor.

Als je een kind een bepaald kenniselement voorhoudt waar het niet aan toe is, dan heeft dat weinig effect, want hoe je het ook wendt of keert, als het kind er niet klaar voor is, gaat het langs hem heen. Dus als je op maandagochtend vijfentwintig á dertig kinderen en groupe één en dezelfde kennisinhoud voorschotelt, dan kun je op je vingers natellen dat een heel aantal kinderen daar niets van op zal steken.

Maar is dan de conclusie dat je het curriculum moet loslaten? Of kun je zeggen, er is een weg die elk kind moet afleggen, met kennis die elk kind moet opdoen en vaardigheden die elk kind zich moet eigen maken. Die weg ligt vast, daar wijken we niet vanaf, alleen, met de een blijven we wat langer heen en weer lopen bij die ene bocht, en met de ander rennen we van die helling heel snel naar beneden, en daar verderop blijkt dat we even een stukje terug moeten, of we blijven wat hangen in de berm hier of daar om het daar eens goed te bekijken. Totdat elk kind de weg heeft afgelegd.

Dan blijf je bij het kind en toch laat je ook de weg niet los.

woensdag 20 oktober 2010

Wat hetzelfde blijft

Natuurlijk is het belangrijk dat het onderwijs de waarde van verschillen in het oog houdt, en ruimte laat aan de veelvormigheid van manieren waarop kinderen zich ontwikkelen, zoals Sir Ken Robinson bepleit. Ik geloof overigens dat onderwijsmensen dat al minstens honderd jaar roepen, sinds Maria Montessori en Helen Parkhurst.

Naast die eindeloze veelvormigheid van kinderen is er dan nog de "snel veranderende maatschappij" (bijna 25.000 hits op Google) waarin we zouden leven en die er aan het einde van de week al weer helemaal anders uit kan zien. Robinson lijkt dit geloofsartikel ook te onderschrijven. Het wordt dikwijls uit de kast gehaald om het streven naar kennisoverdracht als hopeloos achterhaald te kunnen afserveren.

Die focus op snel aanpassingsvermogen en flexibiliteit is echter een economisch ideaal, en zou als zodanig niet zomaar mogen worden geadopteerd als leidinggevend principe in het onderwijs. Zeker niet door verkondigers van zogeheten ecologische pedagogiek en duurzaam onderwijs. Of doen ze dat ook niet? Dat is me nog niet helemaal helder.

Als je de hype van de snel veranderende maatschappij even terzijde schuift, en met je eigen ogen kijkt naar de wereld waarin onderwijzers kinderen inleiden, dan zie je dat er heel veel dingen zijn die over een hele lange periode hetzelfde blijven. En het zijn vaak juist die dingen die kinderen op de basisschool leren, of zouden moeten leren.

Klokkijken op een analoge en digitale klok, maateenheden gebruiken voor lengte en gewicht, inhoud en oppervlakte berekenen, inzicht krijgen in de getalstructuur en het geldsysteem, woordenschat en spellingsgeweten ontwikkelen en welgevormde zinnen leren maken, technisch en begrijpend lezen. De seizoenen, de werelddelen, de dagen van de week en de maanden van het jaar. Wat is het verschil tussen een heuvel en een berg, een rivier en een kanaal, een zee en een oceaan, een loofboom en een naaldboom, een zoogdier en een vis.

Het zijn allemaal dingen die even belangrijk zijn als honderd jaar geleden, die niet of nauwelijks veranderd zijn en die ook in de komende honderd jaar niet fundamenteel zullen veranderen. Het is kennis van de gebruiken van de grotemensenwereld die je moet beheersen wil je je daarin straks onafhankelijk kunnen bewegen en je er kritisch toe kunnen verhouden.

Ik ben het met Robinson eens dat onderwijsmensen erover na moeten denken hoe ze kunnen voorkomen dat kinderen hun onafhankelijkheid van geest verliezen. Maar om afwijkend denken vruchtbaar te maken heb je daarnaast kennis van de gangbare manieren van denken nodig. En ook dat behoort tot de opdracht van het onderwijs, dat we er zorg voor dragen dat kinderen, als ze de school verlaten, over die kennis beschikken.