Afgelopen week was Pasi Sahlberg in Nederland, de ambassadeur van het Finse onderwijsmodel, dat momenteel zo bejubeld wordt (The Finland Phenomenon). Ik ben naar hem gaan luisteren in Amsterdam.
Toen ik net begon te werken in het onderwijs, nu tien jaar geleden, schrok ik. Het was allemaal heel anders dan ik het me had voorgesteld, en de betekenis die anderen aan het beroep van leraar hechtten, bleek een heel andere te zijn, dan de betekenis die ik er zelf aan hechtte en nu nog hecht. Nadat ik van de klap bekomen was, ben ik me er bewust op gaan toeleggen het beeld te koesteren, dat ik had voordat ik met de realiteit botste. Steeds voor ogen te blijven houden wat het onderwijs en het vak van onderwijzer voor mij betekenden.
Vandaag raad ik iedereen die in het onderwijs werkt aan, diezelfde denkoefening uit te voeren. Stel je eens voor - los van de beren op de weg en de praktische bezwaren en het gezucht over wat er allemaal van anderen moet - hoe het onderwijs er uit zou zien als het er precies zo uitzag als jij vindt dat het zou moeten zijn.
Marinus Knoope, een gevierd leermeester op het vlak van persoonlijke ontwikkeling, beschrijft wat hij noemt de creatiespiraal als een cyclus bestaande uit opeenvolgende seizoenen, van bloesem naar vrucht en van zaad naar oogst. Om de verandering te bewerkstelligen die je in de wereld wil zien, is het om te beginnen belangrijk je zo concreet mogelijk voor te stellen hoe datgene wat je zou willen er in je verbeelding uit ziet. Om het onderwijs ten goede te kunnen veranderen, is het belangrijk te visualiseren hoe het er volgens jou uit zou moeten zien.
Die oefening op zich brengt het al dichterbij.
Als ik Pasi Sahlberg hoor praten over de onderwijscultuur in Finland, dan zie ik daarin heel veel terug van mijn gekoesterde voorstelling van hoe het zou moeten zijn. Dat alleen de beste studenten het recht verwerven om onderwijs te mogen geven, dat het een nobel beroep van hoog aanzien is, dat leraren op de hoogte zijn van en met elkaar spreken over onderwijsonderzoek, dat er naast lesgeven tijd is voor professionele dialoog. Dat de politiek naar de onderwijzers luistert als het gaat om beleidsmaatregelen in plaats van andersom. Dat de nadruk ligt op samenwerking in plaats van op competitie, op verantwoordelijkheid en vertrouwen in plaats van op controle en verantwoording, op maatwerk in plaats van standaardisering, op persoonlijke ontwikkeling in plaats van op marktwerking.
Het valt me wel op dat Sahlberg geen enkele zwakke plek in het Finse model benoemt. Er zijn alleen maar pluspunten, het lijkt de hemel zelf wel. Enerzijds irriteert me dat, want aan alles zitten mindere kanten, dus ook aan het onderwijs in Finland. Anderzijds is de waarde van zijn verhaal misschien vooral, dat het ons laat zien dat een heel andere onderwijscultuur voorstelbaar is. Zijn verhaal geeft voeding aan onze verbeelding, en omdat dit droombeeld schijnbaar echt bestaat ergens in de wereld, is het gemakkelijker de praktische obstakels weg te wuiven en de verbeelding de vrije loop te laten. Misschien is dat wat we nodig hebben, en wat Sahlberg ons geeft - een prikkel om te beginnen vertrouwen te schenken aan onze ideaalbeelden.
zondag 20 januari 2013
zondag 13 januari 2013
Onderwijsavond met Dolf van den Berg
Op 10 januari jl. gaf professor Dolf van den Berg een lezing in het kader van de Onderwijsavonden van het NIVOZ in Driebergen, getiteld "Met hart en ziel betrokken bij het onderwijs! Maar toch..." Een verslag van de inhoud.
We zijn allemaal met hart en ziel betrokken bij het onderwijs, dat spreekt voor zich. Maar kun je zeggen wat je nastreeft met je onderwijs, weet je wat je belangrijk vindt, wat de waarden zijn die je handelen richting geven? Weet je waarom je doet wat je doet, en waarom juist zo en niet anders? Dát spreekt niet vanzelf. Pas als je jezelf die vragen stelt, kun je beginnen er een antwoord op te formuleren. Pas als je je ervan bewust bent wat je nastreeft, kun je er gericht aan werken.
Het gevoel dat jij met jouw handelen dichterbij brengt wat je voor ogen staat - enkel die subjectieve beleving van doelmatigheid - dat maakt je ook feitelijk effectiever. Zelfonderzoek stuwt de objectieve opbrengsten, de harde data, omhoog (en niet, als ik mag aanvullen, het gegoochel met cijfertjes en datamuren).
Dat is kort gezegd de stelling die Dolf van den Berg verdedigde in zijn betoog. Alles begint met zelfkennis. Pas als je weet wie je bent en wat je drijft, pas als, in de woorden van Van den Berg, je "ik-betrokkenheid" helder is, kun je op de ander betrokken raken en je op een effectieve en zinvolle manier op de ander richten.
De ander, dat wil zeggen: ten eerste de kinderen, en anderzijds het systeem, vertegenwoordigd door de overheid, de inspectie, het bestuur, de directie, de bouwcoördinator...
Pas als je "ik-betrokkenheid" helder is, kun je je op een goede manier richten op wat de kinderen nodig hebben in jouw klas. Pas dan kun je je echt openstellen en luisteren naar wat zij je te zeggen en te vragen hebben. En pas dan kun je aan de inspectie en consorten uitleggen waarom je er eventueel voor kiest af te wijken van de richtlijnen die zij stellen.
Veel mensen in het onderwijs klagen over de vele dingen die moeten, zonder zich ooit de vraag te stellen: móet het eigenlijk wel, en van wie dan, en waar staat dat dan, en wat staat er dan precies? En vervolgens: strookt het wel met wat mij voor ogen staat en wat ik belangrijk vind voor de kinderen die aan mij zijn toevertrouwd?
Als je kunt uitleggen waarom je je onderwijs anders vormgeeft en andere opbrengsten nastreeft en op een andere manier je vorderingen registreert en je keuzes verantwoordt, dan is daar ruimte voor. Maar die ruimte kun je alleen nemen als je weet wie je bent en wat je drijft, wat je wil, en als je kunt verantwoorden waarom.
We zijn allemaal met hart en ziel betrokken bij het onderwijs, dat spreekt voor zich. Maar kun je zeggen wat je nastreeft met je onderwijs, weet je wat je belangrijk vindt, wat de waarden zijn die je handelen richting geven? Weet je waarom je doet wat je doet, en waarom juist zo en niet anders? Dát spreekt niet vanzelf. Pas als je jezelf die vragen stelt, kun je beginnen er een antwoord op te formuleren. Pas als je je ervan bewust bent wat je nastreeft, kun je er gericht aan werken.
Het gevoel dat jij met jouw handelen dichterbij brengt wat je voor ogen staat - enkel die subjectieve beleving van doelmatigheid - dat maakt je ook feitelijk effectiever. Zelfonderzoek stuwt de objectieve opbrengsten, de harde data, omhoog (en niet, als ik mag aanvullen, het gegoochel met cijfertjes en datamuren).
Dat is kort gezegd de stelling die Dolf van den Berg verdedigde in zijn betoog. Alles begint met zelfkennis. Pas als je weet wie je bent en wat je drijft, pas als, in de woorden van Van den Berg, je "ik-betrokkenheid" helder is, kun je op de ander betrokken raken en je op een effectieve en zinvolle manier op de ander richten.
De ander, dat wil zeggen: ten eerste de kinderen, en anderzijds het systeem, vertegenwoordigd door de overheid, de inspectie, het bestuur, de directie, de bouwcoördinator...
Pas als je "ik-betrokkenheid" helder is, kun je je op een goede manier richten op wat de kinderen nodig hebben in jouw klas. Pas dan kun je je echt openstellen en luisteren naar wat zij je te zeggen en te vragen hebben. En pas dan kun je aan de inspectie en consorten uitleggen waarom je er eventueel voor kiest af te wijken van de richtlijnen die zij stellen.
Veel mensen in het onderwijs klagen over de vele dingen die moeten, zonder zich ooit de vraag te stellen: móet het eigenlijk wel, en van wie dan, en waar staat dat dan, en wat staat er dan precies? En vervolgens: strookt het wel met wat mij voor ogen staat en wat ik belangrijk vind voor de kinderen die aan mij zijn toevertrouwd?
Als je kunt uitleggen waarom je je onderwijs anders vormgeeft en andere opbrengsten nastreeft en op een andere manier je vorderingen registreert en je keuzes verantwoordt, dan is daar ruimte voor. Maar die ruimte kun je alleen nemen als je weet wie je bent en wat je drijft, wat je wil, en als je kunt verantwoorden waarom.
@MHeijster twitterde naar aanleiding van de lezing: "Ik herken 't verhaal van#dvdberg over de inspectie. Als je kunt onderbouwen waar je voor staat met gelukkige kinderen valt er goed te praten." en @ArnoldJonk van de inspectie twitterde terug: "En zo moet het. Ook de inspectie wil geen inspectiegericht onderwijs."
donderdag 27 december 2012
Taal voor onderwijs
Gisteren zag ik de documentaire over Pina Bausch, van Wim Wenders. Een van de dansers zei: "Voordat ik Pina ontmoette, had ik geen taal om me uit te drukken." Is er een groter geschenk denkbaar, dan dat het je gegeven is een ander mens taal te geven om zich eindelijk te kunnen uitdrukken?
Ik werk nu tien jaar in het basisonderwijs. De eerste ervaringen in deze wereld, zo volkomen anders dan de wereld van de academische filosofie waar ik vandaan kwam, waren... nu ja... ontgoochelend. Maar ik probeerde mijn oordeel uit te stellen, dacht, misschien begrijp ik nog niet goed hoe de dingen hier werken, in dit andere land, met een heel andere cultuur. En in dat land waar ik vandaan kwam, het land dat ik verlaten had, met zijn zo eenzijdig cerebrale inwoners, was ik toch ook niet gelukkig geweest.
De tijd verstreek. Mijn eigen cerebraliteit nam langzaam af, ik leerde behalve denken ook voelen, ik leerde behalve van boeken ook van mensen houden, ik gaf kinderen onderwijs, ik báárde zelfs kinderen, ik dompelde me onder in de onmiddellijkheid van het hier en nu - dat alles nam gedurende een aantal jaren al mijn aandacht in beslag, en ik genoot ervan. Alsof alles voortaan in die andere schaal van de balans lag.
Maar na verloop van tijd kwam de weegschaal terug in evenwicht, en ik begon toch ook weer na te denken over mijn ervaringen in het basisonderwijs. Ik zocht naar woorden, om te beginnen in de taal waarin er over het onderwijs gesproken werd. Ik begon overheidsnotities te lezen, bestuursakkoorden, gemeentelijke plannen, rapporten van adviesraden. Het intrigeerde me, hoe er over onderwijs gesproken werd, maar het was niet de taal die ik zocht. Dat wat ik zag, in het onderwijs, werd er niet in uitgedrukt.
Ik zocht verder, en ontdekte dat er zoiets bestond als wijsgerige pedagogiek, of 'philosophy of education' en langzaam maar zeker vond ik vooral daar degenen die me een taal gaven die binnen bereik bracht wat ik wilde uitdrukken. Al denk ik nog steeds dat er een taal moet zijn die nog beter uitdrukt wat dat nu precies is, wat daar nu eigenlijk gebeurt, in het onderwijs.
Een taal, maak je je die niet eigen om die met anderen te kunnen spreken? Met name in de virtuele ruimte lukt het al vrij aardig om anderen te vinden met wie ik van gedachten kan wisselen over onderwijs, en een enkeling gaf me het compliment dat ik hem - via een artikel uit de wijsgerige pedagogiek - taal aandroeg voor iets wat hij eerder niet goed wist uit te drukken.
De opgave waar ik voor sta, is te proberen me ook voor mijn naaste collega's verstaanbaar te maken, zodat ik ook met hen in gesprek kan gaan over wat ik zie, en wat zij zien. Dat valt nog niet mee, want datgene waarvoor je nog geen taal hebt, kun je nauwelijks denken. En je maakt mij niet wijs dat zij hun ervaringen wél herkennen in het jargon van de overheid. Je kunt een vermoeden hebben, een intuïtie - daarom gaat een mens op zoek naar taal - maar om naar je vermoedens te durven luisteren en erop te vertrouwen dat die toch op de een of andere manier van betekenis moeten zijn, heb je een heel specifiek soort zelfvertrouwen nodig, dat ik om me heen weinig aantref.
Het komt erop aan, de vonkjes van het vage vermoeden aan te blazen. Als er echt iets veranderen wil in het onderwijs, dan moet het vuur toch van die vonkjes komen.
Ik werk nu tien jaar in het basisonderwijs. De eerste ervaringen in deze wereld, zo volkomen anders dan de wereld van de academische filosofie waar ik vandaan kwam, waren... nu ja... ontgoochelend. Maar ik probeerde mijn oordeel uit te stellen, dacht, misschien begrijp ik nog niet goed hoe de dingen hier werken, in dit andere land, met een heel andere cultuur. En in dat land waar ik vandaan kwam, het land dat ik verlaten had, met zijn zo eenzijdig cerebrale inwoners, was ik toch ook niet gelukkig geweest.
De tijd verstreek. Mijn eigen cerebraliteit nam langzaam af, ik leerde behalve denken ook voelen, ik leerde behalve van boeken ook van mensen houden, ik gaf kinderen onderwijs, ik báárde zelfs kinderen, ik dompelde me onder in de onmiddellijkheid van het hier en nu - dat alles nam gedurende een aantal jaren al mijn aandacht in beslag, en ik genoot ervan. Alsof alles voortaan in die andere schaal van de balans lag.
Maar na verloop van tijd kwam de weegschaal terug in evenwicht, en ik begon toch ook weer na te denken over mijn ervaringen in het basisonderwijs. Ik zocht naar woorden, om te beginnen in de taal waarin er over het onderwijs gesproken werd. Ik begon overheidsnotities te lezen, bestuursakkoorden, gemeentelijke plannen, rapporten van adviesraden. Het intrigeerde me, hoe er over onderwijs gesproken werd, maar het was niet de taal die ik zocht. Dat wat ik zag, in het onderwijs, werd er niet in uitgedrukt.
Ik zocht verder, en ontdekte dat er zoiets bestond als wijsgerige pedagogiek, of 'philosophy of education' en langzaam maar zeker vond ik vooral daar degenen die me een taal gaven die binnen bereik bracht wat ik wilde uitdrukken. Al denk ik nog steeds dat er een taal moet zijn die nog beter uitdrukt wat dat nu precies is, wat daar nu eigenlijk gebeurt, in het onderwijs.
Een taal, maak je je die niet eigen om die met anderen te kunnen spreken? Met name in de virtuele ruimte lukt het al vrij aardig om anderen te vinden met wie ik van gedachten kan wisselen over onderwijs, en een enkeling gaf me het compliment dat ik hem - via een artikel uit de wijsgerige pedagogiek - taal aandroeg voor iets wat hij eerder niet goed wist uit te drukken.
De opgave waar ik voor sta, is te proberen me ook voor mijn naaste collega's verstaanbaar te maken, zodat ik ook met hen in gesprek kan gaan over wat ik zie, en wat zij zien. Dat valt nog niet mee, want datgene waarvoor je nog geen taal hebt, kun je nauwelijks denken. En je maakt mij niet wijs dat zij hun ervaringen wél herkennen in het jargon van de overheid. Je kunt een vermoeden hebben, een intuïtie - daarom gaat een mens op zoek naar taal - maar om naar je vermoedens te durven luisteren en erop te vertrouwen dat die toch op de een of andere manier van betekenis moeten zijn, heb je een heel specifiek soort zelfvertrouwen nodig, dat ik om me heen weinig aantref.
Het komt erop aan, de vonkjes van het vage vermoeden aan te blazen. Als er echt iets veranderen wil in het onderwijs, dan moet het vuur toch van die vonkjes komen.
Abonneren op:
Posts (Atom)

