Posts tonen met het label BPO. Alle posts tonen
Posts tonen met het label BPO. Alle posts tonen

donderdag 16 januari 2014

Het Amsterdams Kwaliteitsbureau - nieuwe ontwikkelingen

Het was een volle bak vanmiddag in Pakhuis de Zwijger. Er was een bijeenkomst over het Amsterdams Kwaliteitsbureau, georganiseerd door de Vereniging van Meesterschappers.

In eerdere blogposts schreef ik al over dit initiatief van het Breed Bestuurlijk Overleg en de gemeente, om alle Amsterdamse scholen met ingang van 2014 aan een kwaliteitscontrole te onderwerpen in de trant van Asschers KBA.

Leraren, schoolleiders en zelfs bestuurders toonden zich na de bekendmaking van dit initiatief onaangenaam verrast over het feit dat een en ander van hogerhand over hen leek te worden uitgestort. Het bijgeleverde Praktijkboek met de pretentieuze titel Goed Onderwijs zette bij velen kwaad bloed.

Welnu, het ziet ernaar uit dat het tegengeluid zijn uitwerking niet gemist heeft.

Waar eerdere berichtgeving sterk directief getoonzet was, toonden de vertegenwoordigers van het Kwaliteitsbureau zich vanmiddag opmerkelijk bescheiden en ontvankelijk voor feedback. 

Diane Middelkoop, voorzitter van het Breed Bestuurlijk Overleg, zegt dat er is nagedacht over wat onderwijskwaliteit nu precies is, en dat het Praktijkboek Goed Onderwijs daarvan de neerslag is. Zij benadrukt nu echter ook, dat dit boek niet pretendeert een blauwdruk te zijn dat eenduidiig de richting aangeeft waaraan scholen zich te houden hebben.

Aris Fickweiler, kwartiermaker van de stichting Beter Primair Onderwijs (BPO), benadrukt dat de aanpak nooit eenvormig zal zijn, omdat de beginsituatie per school verschilt. Ook zegt hij toe dat het Kwaliteitsbureau zal aansluiten bij de leervragen en onderwijsopvattingen van scholen. Hij nodigt leraren, schoolleiders en bestuurders uit tot feedback en hij belooft er iets mee te doen. Ook input voor de invulling van de werkwijze het kwaliteitsbureau, is van harte welkom. 

Vanuit de zaal wordt er wat gepikeerd gereageerd dat er gedraaid is, en dat lijkt inderdaad wel het geval. Of er moet wel van een bijzonder ongelukkige communicatie sprake zijn geweest dat er zoveel misverstanden zijn gerezen. 

Hoe het ook zij: kennelijk staat de stichting BPO open voor feedback en is er ook nu nog ruimte voor leraren en schoolleiders om mee invulling te geven aan de werkwijze van het Kwaliteitsbureau, dat nu overigens door sommigen 'kwaliteitsondersteuningsbureau' en door weer anderen 'auditbureau' wordt genoemd.

Over de bijdrage van Rob Vink, die een kritisch pleidooi voor professionele ruimte hield, een andere keer meer.

woensdag 25 december 2013

Kwaliteitsaanpak, een alternatief

In Amsterdam gaat een gemeentelijk kwaliteitsbureau vanaf 2014 alle basisscholen bezoeken. Hoewel het Breed Bestuurlijk Overleg ermee schijnt te hebben ingestemd, lijkt het in belangrijke mate een politiek initiatief te zijn dat ook voor een belangrijk deel door de gemeente gefinancierd wordt. Daarbij lijkt te gelden dat wie betaalt, bepaalt. Het Kwaliteitsbureau van de Stichting Beter Primair Onderwijs, opgericht onder auspicien van wethouder Pieter Hilhorst, is het vervolg op de Kwaliteitsaanpak van zijn voorganger Lodewijk Asscher, die de afgelopen jaren het aantal zwakke basisscholen (lees: citoscores) heeft willen terugbrengen met een intensief begeleidingsprogramma.

Op de site van de gemeente staat de Kwaliteitsaanpak als volgt beschreven:

"De Verbeteraanpak is een intensief, onderwijskundig veranderproces met als doel het hele team van de school zodanig te versterken dat de school het beste uit iedere leerling weet te halen. Het is intensief omdat er op alle niveaus van de schoolorganisatie wordt gewerkt: leerkracht, intern begeleider, schooldirecteur en schoolbestuurder. De nadruk ligt op het pedagogisch didactisch handelen in de klas en de verandering zit ‘m in de dingen ook echt anders gaan doen."

Twee dingen uit bovenstaand citaat blijven me als niet te verkroppen strootjes in de keel steken.

Ten eerste dat het de politiek is die hier zegt wat het onderwijs moet doen, en ten tweede dat de focus eenzijdig ligt op het handelen. De aanpak is gericht op de verbetering van het handelen.

Wat goed handelen is, dat komen externe experts (door wie aangesteld?) aan de leraren vertellen, en de bedoeling is dat de leraren gaan uitvoeren wat hen door die externen wordt voorgeschreven.

Impliciet ligt hieraan de veronderstelling ten grondslag dat onderwijs een technische aangelegenheid is, een technè, en dat wie de juiste technieken krijgt aangeleerd en die naar behoren uitvoert, goed onderwijs geeft.

Hoewel onderwijs technische aspecten kent, is onderwijs in hoofdzaak geen technè maar een praxis. Een praxis vraagt niet in de eerste plaats om de beheersing van onder alle omstandigheden gelijkelijk effectieve technieken, maar om praktische wijsheid en het vermogen om in telkens weer andere, unieke omstandigheden de juiste beslissing te nemen. Dat kun je leraren niet leren door hen evidence-based technieken in te prenten. Daarvoor is het nodig dat leraren zich als persoon ontwikkelen tot deugdzame mensen die zelf verantwoordelijkheid dragen voor de manier waarop ze omgaan met hun leerlingen. Telkens weer andere leerlingen in telkens weer andere omstandigheden.

Als je leraren oplegt wat ze moeten doen, dan voeren ze misschien op den duur je opdrachten uit, met een jantje van leiden of consciëntieus, maar hoe dan ook zonder dat ze zelf inzien waarom ze het doen, en als de controleurs weg zijn, verwatert het allemaal weer.

Om echte diepgravende duurzame verbetering van onderwijskwaliteit te bewerkstelligen, heb je iets anders nodig. Daarvoor is het nodig dat wat leraren doen om hun onderwijs te verbeteren, voortkomt uit beslissingen waartoe ze zelf zijn gekomen in hun persoonlijke worsteling met hun idealen en de weerbarstige werkelijkheid. Dit zijn mijn leerlingen, dit is wat ik met hen wil bereiken, en wat staat me te doen als ik mijn doelen wil behalen? Wat wil ik, wat staat me in de weg, wat helpt me, hoe kan ik de hulp van anderen inroepen?

Aan die vragen komen leraren niet toe zolang onderwijsexperts van buiten hen in naam van de politiek komen opleggen hoe ze moeten handelen. En zolang ze aan die vragen niet toekomen, laat staan aan een gezamenlijke zoektocht met collega's om hun zelf geformuleerde doelen dichterbij te brengen, kan het Amsterdamse Kwaliteitsbureau slechts een flinterdunne, cosmetische opknapbeurt bewerkstelligen. Tijdelijk hogere scores op de toetsen, misschien, maar geen diepgravende, diepwortelende verbetering.

Echte kwaliteit kan niet bereikt worden met een eenzijdige focus op het handelen, het doen. De overheidsbemoeienis in de gedaante van het Amsterdams Kwaliteitsbureau belemmert juist een mogelijke werkelijke verbetering, doordat ze leraren ontslaat van hun eigen verantwoordelijkheid voor goed onderwijs. Het wordt hen immers van hogerhand voorgeschreven wat zij geacht worden daaronder te verstaan. Zelf denken wordt ontmoedigd.

Daartegenover zou ik het volgende willen stellen. Het onderwijs kan alleen beter worden als leraren de kans krijgen en uitgedaagd worden om te onderzoeken wie ze zíjn, wat voor leraar ze willen zijn, en wat ervoor nodig is om die leraar te kúnnen zijn.

Een serieuze "kwaliteitsaanpak" zou zijn, condities scheppen voor leraren om zelf goed onderwijs te willen maken, om leraren daarover aan het denken te zetten en met elkaar daarover in gesprek te gaan, op zoek naar manieren om vorm te geven aan wat hen voor ogen staat, met oog zowel voor de weerbarstigheid van de praktijk als de hoogste waarden die leraren met hun onderwijs nastreven.

Begin daar, als je echt goed onderwijs wil. En als leraren dan met elkaar, met hun schoolteam en mogelijk nog met andere collega's, tot de ontdekking komen, dat ze bij hun zoektocht hulp kunnen gebruiken van buitenaf, dan zullen ze daar zelf wel om vragen, waarbij ze dan kunnen kiezen welke experts het beste bij hun eigen opvattingen omtrent goed onderwijs zullen kunnen aansluiten.

donderdag 7 november 2013

Het Amsterdams Kwaliteitsbureau. Sturing en autonomie.

Ik heb hier ooit eens geschreven over een leerling die bij een invuloefening in het spellingschrift nooit koos uit de woorden die gegeven waren om uit te kiezen. Ik had hem er al eens op gewezen en het begon ernaar uit te zien dat hij daar bewust voor koos, uit eigenzinnigheid, en uit verzet tegen de knellende kaders van de invuloefening.

Als er iets is waar ik belang aan hecht om kinderen bij te brengen in mijn klas, dan is het onafhankelijkheid. Om onafhankelijk te zijn straks, als je groot bent, moet je zelf kunnen lezen en schrijven en rekenen, maar ook zelf kunnen nadenken en je eigen oordeel vormen. Daar kun je al heel vroeg mee beginnen. En zeker als een kind zelf laat zien al over een aardig onafhankelijke geest te beschikken, dan koester ik dat. Dan beschut ik dat jonge scheutje tegen de snoeischaar van het conformisme.

Ik heb met deze jongen afgesproken dat hij zelf woorden mag bedenken die in de zinnen passen, onder één voorwaarde: ze moeten niet alleen qua betekenis kloppen, maar ook behoren tot de spellingscategorie die in de les aan bod is. Dat zijn de kaders, daarbinnen is hij vrij om te doen wat hem goeddunkt.

Er is een parallel met de kwaliteitsaanpak van de Stichting Beter Primair Onderwijs die is opgericht en de komende vier jaar alle Amsterdamse scholen gaat bezoeken en beoordelen. In het Praktijkboek Goed Onderwijs waar de Stichting mee gaat werken, staat duidelijk aangegeven welke manier van werken als de juiste wordt gezien: Opbrengstgericht Werken. Voor Handelingsgericht Werken is geen ruimte, en al helemaal niet voor Ontwikkelingsgericht Werken. Opbrengstgericht Werken is voor de Stichting BPO klaarblijkelijk het enige juiste antwoord.

De vraag is wat de beoordelaars van de Stichting BPO straks gaan doen. Gaan ze ons dwingen ons te conformeren aan de ideologie van het Opbrengstgericht Werken, of krijgen we als schoolteams de vrijheid om zelf te bepalen langs welke weg we onze doelen het beste menen te kunnen behalen?

Als je leraren wil die zelf verantwoordelijkheid dragen en zelf nadenken over wat ze willen bereiken met hun onderwijs en wat daar voor nodig is, dan moet je ze niet dwingen zich te conformeren aan een van buitenaf opgelegde opvatting van goed onderwijs. Als scholen alleen als voldoende worden beoordeeld als ze precies doen wat de Stichting BPO voorschrijft, dan schep je dociele, futloze schapen die het opgeven om nog ooit zelf verantwoordelijkheid te dragen. De onafhankelijke geesten die je zou moeten koesteren, haken af.

En als je dan die futloze schapen over hebt, dan gaan die je kinderen lesgeven. En wat leven ze de kinderen voor? Doe wat je gevraagd wordt, een eigen inbreng of kritische vragen worden niet gewaardeerd. Zorg dat je weet wat de juf wil horen en beperk je tot het gewenste antwoord, dan komt alles goed.

Zulke kinderen worden geknakt door het systeem en zijn niet gelukkig - dat is voor mij een grote zorg. Maar ook als je politicus bent en het je om de economie begonnen is, is het buitengewoon onverstandig om zo'n onderwijsklimaat te scheppen. Want aan makke schapen heeft de economie hoegenaamd niets.

Onafhankelijke geesten hebben we nodig.
Onafhankelijk denkende leraren die onafhankelijk denkende kinderen opleiden tot volwassenheid. Want alleen onafhankelijke geesten kunnen werkelijk vruchtbare verbanden met elkaar aangaan en de wereld verder brengen.

donderdag 31 oktober 2013

Beter Primair Onderwijs, een Amsterdams Kwaliteitsbureau

Op de Dag van de Leerkracht kondigde Amsterdams onderwijswethouder Pieter Hilhorst aan dat met ingang van januari 2014 een onafhankelijk kwaliteitsbureau zal starten om de kwaliteit van alle Amsterdamse scholen te controleren.

De Kwaliteitsaanpak van Asscher - ook wel KBA - die leidde tot de Kwaliteitswijzer, wordt nu niet meer alleen opgelegd aan scholen die onder curatele zijn geplaatst vanwege zorgwekkende signalen, maar aan alle Amsterdamse scholen. De KBA kenmerkt zich door het zogeheten Opbrengstgericht Werken, wat in de praktijk maar al te vaak heeft geleid tot toetsresultaatgericht werken.

Maar, nog helemaal afgezien van wat dat kwaliteitsbureau gaat doen, en of dat tot iets goeds zou kunnen leiden, is er één heel dringend bezwaar tegen de gang van zaken, dat aan alle mogelijke inhoudelijke kritiek voorafgaat.

In het besluitvormingsproces dat tot de oprichting van deze stichting heeft geleid, hebben op geen enkel moment leraren als gelijkwaardige gesprekspartners - of überhaupt - aan tafel gezeten.

Wie verzorgen het onderwijs? Het zijn de leraren. Als je de kwaliteit van het onderwijs wilt verbeteren, bij wie moet je dan zijn? Bij de leraren. Als je wilt weten wat onderwijs is, en wat er in het onderwijs beter kan, bij wie moet je dan zijn? Bij de leraren.

Het is dan ook van cruciaal belang dat kwaliteitsbevordering iets van de leraren is, misschien niet alleen van leraren, maar toch minstens ook, en in de eerste plaats, van leraren. Het is goed dat de schoolbesturen mee verantwoordelijkheid dragen voor de kwaliteit van het onderwijs, maar de bestuurders lijken te zijn vergeten met de leraren te praten, zoals leraren soms vergeten met hun leerlingen te praten. Zoiets is menselijk, het kan gebeuren, maar het is wel van het allergrootste belang die misser te herstellen, wil je werkelijk diepgaande verbeteringen bewerkstelligen. Want de leraren moeten het doen.

Als er één ding is waarvan ik verwacht dat het de kwaliteit van het onderwijs enorm ten goede zal komen, is het eigenaarschap. En als er één ding is waarmee je ieder sprankje ambitie in die richting blust, dan is het met het zoveelste top down decreet waaruit niet voor het eerst blijkt, dat leraren worden geacht uit te voeren wat bestuurders en gemeente samen hebben bekokstoofd.

Gelukkig zijn er ook vonkjes die zich niet zo 1 2 3 laten uitblussen.
Inmiddels zijn de beleidsstukken opgevraagd en hebben een aantal leraren uit het Amsterdams primair onderwijs het initiatief genomen om gezamenlijk op zoek te gaan naar de ruimte in het geheel. Zij bereiden zich voor op een dialoog.

Want het is hoog tijd voor een dialoog tussen leraren, bestuurders en gemeente over het belang van eigenaarschap in het Amsterdamse onderwijs.