Enige dagen na een sollicitatiegesprek op een basisschool word ik gebeld met de mededeling dat de keuze niet op mij gevallen is. De directeur is gestruikeld over het belang dat ik hecht aan kennisoverdracht. Hij noemt het woord - dat hij tussen duim en wijsvinger en met afgewend gezicht van zich afhoudt - in een zin die suggereert dat hechten aan kennisoverdracht op de een of andere manier tegengesteld is aan - of zelfs onverenigbaar met - "iets hebben met kinderen".
Ik geloof dat kinderen het verdienen om les te krijgen van volwassenen die het plezier in het ontdekken van de wereld niet verloren zijn. Volwassenen die het vergaren van kennis als een lust ervaren en met hun enthousiasme de kinderen meevoeren langs alles wat er maar te weten valt. Ik geloof dat ik kinderen wat dat aangaat iets te bieden heb dat hen in het onderwijs nog wel eens onthouden wordt. Dat is wat ik heb willen zeggen toen ik zei dat onderwijs voor mij in belangrijke mate een kwestie van kennisoverdracht is.
Ik heb er ook mee willen uitdrukken dat ik mij distantieer van het soort psychopedagogie dat de laatste jaren gangbaar is geworden, waarbij men ervan uit lijkt te gaan dat het zielig is om kinderen te belasten met kennisoverdracht, en waar onevenredig veel tijd en energie wordt gestoken in het garanderen van veiligheid en welbevinden. Natuurlijk zijn veiligheid en welbevinden belangrijk, maar ik geloof niet in een pedagogie die daar het hele programma op inricht. Kinderen zijn over het algemeen krachtige, veerkrachtige wezens die een onverzadigbare honger naar kennis hebben en alles willen weten wat er maar over de wereld te weten valt.
Onderwijs zou in mijn optiek gericht moeten zijn op kennisoverdracht. Het is aan de ouders te zorgen voor een veilige gehechtheid die maakt dat hun kinderen opgewassen zijn tegen de gepaste druk die het schoolleven op hen uitoefent. Ik ben me er terdege van bewust dat ouders daarin nog wel eens tekortschieten, en een hartelijke leerkracht kan in zo'n geval een hele troost zijn voor een kind, maar het biedt geen rechtvaardiging voor de uitholling van de opdracht van het onderwijs als zodanig. Die opdracht luidt: kennisoverdracht.
Verder zei de directeur dat ik hem meer iemand voor onderzoek toescheen. Ik zal niet ontkennen dat ik veel nadenk over het onderwijs en de daarin gangbare gebruiken en opvattingen voortdurend bevraag op hun geldigheid. Het is mijn intellectuele geweten dat me daartoe noodzaakt. Maar dat staat op geen enkele manier in de weg dat ik tegelijkertijd ook een warmbloedige, invoelende juf ben met hart voor kinderen en een passie voor onderwijs, niet als theoretische maar als praktische aangelegenheid, in de klas, met de kinderen.
Men zal toch niet willen beweren dat onafhankelijkheid van geest bij voorbaat ongeschikt maakt voor de praktijk van het onderwijs?
Posts tonen met het label anti-intellectualisme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label anti-intellectualisme. Alle posts tonen
dinsdag 2 februari 2010
donderdag 28 januari 2010
Een luis in loondienst
Op de een of andere manier lijkt het iets beschamends te hebben om van jezelf te zeggen dat je er een bent. En toch, naarmate ik verder afdwaal van de een of andere intellectuele gemeenschap, en naarmate het anti-intellectualisme zich wijder en wijder verbreidt, vind ik geen term die zo kernachtig omschrijft waarin ik me meen te onderscheiden van de mensen met wie ik werk en mijn directe leefomgeving deel. Wat wringt is dit: ik ben een intellectueel.
Furedi omschrijft heel precies wat een intellectueel volgens hem is:
Het past precies.
Ik zou het allerliefst op een school met de kinderen willen werken als onderwijzeres, maar op zo’n manier, dat ik dat overeenkomstig mijn gedachtegang en in overeenstemming met mijn intellectuele en beschouwelijke aard kan doen. Ik zou daarin onafhankelijk en autonoom willen kunnen handelen. Ik begrijp wel dat ik - om te kunnen lesgeven - medewerker moet zijn van een basisschool met alle regels en beperkingen van dien, maar ik behoud mij het recht voor daartoe minstens een mentale distantie te bewaren. Het liefst zou ik willen dat ik een plek kon vinden waar ik aan mijn intellectuele geweten zou kunnen beantwoorden en mijn kanttekeningen bij de gangbare opvattingen en conventies in het onderwijs uitspreken, zonder mijn broodwinning op het spel te hoeven zetten. Een plek waar de practici en pragmatici een ander geluid zouden verwelkomen, in het besef dat werkelijk levenskrachtige ideeën niet binnen de dictaten van een institutie kunnen worden ontwikkeld. Een plek waar een krachtig betoog niet wordt gezien als een vorm van geestelijke intimidatie. Een plek waar vraagtekens plaatsen bij de geldigheid van een idee niet wordt gezien als een vorm van ongemanierdheid. Ik wil een luis in de pels zijn, een horzel die het logge paard wakker houdt.
Paradox is vooralsnog, dat ik een luis in loondienst lijk te willen zijn. Een horzel met permissie.
Furedi omschrijft heel precies wat een intellectueel volgens hem is:
- Een intellectueel wil, aldus Furedi, overeenkomstig de eigen overtuiging en gedachtegang, onafhankelijk en autonoom kunnen leven en handelen.
- Een intellectueel wil minstens een mentale distantie bewaren van de regels en beperkingen die door de heersende instituties aan het alledaagse bestaan worden opgelegd, want hij staat daarmee vaak op gespannen voet.
- Die spanning komt voort uit het besef dat ideeën niet overeenkomstig een schema of de dictaten van een bepaalde institutie kunnen worden ontwikkeld.
- Het geweten van een intellectueel dwingt hem ertoe, de gangbare, pragmatisch geconstrueerde opvattingen en conventies van zijn tijd voortdurend te bevragen op hun geldigheid.
- Het blikveld van de intellectueel is wijder dan dat van de practicus en de pragmaticus.
- Een intellectueel wil invloed uitoefenen op de wereld, de status quo bekritiseren, optreden als geweten van de samenleving.
Het past precies.
Ik zou het allerliefst op een school met de kinderen willen werken als onderwijzeres, maar op zo’n manier, dat ik dat overeenkomstig mijn gedachtegang en in overeenstemming met mijn intellectuele en beschouwelijke aard kan doen. Ik zou daarin onafhankelijk en autonoom willen kunnen handelen. Ik begrijp wel dat ik - om te kunnen lesgeven - medewerker moet zijn van een basisschool met alle regels en beperkingen van dien, maar ik behoud mij het recht voor daartoe minstens een mentale distantie te bewaren. Het liefst zou ik willen dat ik een plek kon vinden waar ik aan mijn intellectuele geweten zou kunnen beantwoorden en mijn kanttekeningen bij de gangbare opvattingen en conventies in het onderwijs uitspreken, zonder mijn broodwinning op het spel te hoeven zetten. Een plek waar de practici en pragmatici een ander geluid zouden verwelkomen, in het besef dat werkelijk levenskrachtige ideeën niet binnen de dictaten van een institutie kunnen worden ontwikkeld. Een plek waar een krachtig betoog niet wordt gezien als een vorm van geestelijke intimidatie. Een plek waar vraagtekens plaatsen bij de geldigheid van een idee niet wordt gezien als een vorm van ongemanierdheid. Ik wil een luis in de pels zijn, een horzel die het logge paard wakker houdt.
Paradox is vooralsnog, dat ik een luis in loondienst lijk te willen zijn. Een horzel met permissie.
Abonneren op:
Posts (Atom)