maandag 30 april 2012

Kikker en Pad


De tuin

Kikker was in zijn tuin. Daar kwam Pad voorbij. ‘Wat een mooie tuin 
heb jij, Kikker,’ zei hij.
‘Ja, hij is erg mooi,’ zei Kikker. ‘Maar je moet er hard voor werken.’
‘Ik wou dat ik een tuin had,’ zei Pad.
‘Hier heb je wat zaadjes. Stop ze maar in de grond,’ zei Kikker. 
‘Dan zul je ook gauw een tuin hebben.’ 
‘Hoe gauw?’ vroeg Pad. 
‘Heel gauw,’ zei Kikker.

Pad holde naar huis. Hij stopte de zaadjes in de grond. ‘Nou zaadjes,’ 
zei Pad, ‘ga maar groeien.’ Pad liep een paar keer heen en weer. 
De zaadjes gingen niet groeien. Pad bracht zijn kop dicht bij de grond 
en zei heel hard: ‘Nou zaadjes, ga maar groeien!’ De zaadjes gingen niet groeien. Pad bracht zijn kop heel dicht bij de grond en schreeuwde: ‘Nou zaadjes, ga maar groeien!’

Kikker kwam het paadje ophollen. ‘Waarom maak je zo’n lawaai?’ vroeg hij.
‘Mijn zaad wil niet groeien,’ zei Pad. ‘Je schreeuwt ook te veel,’ zei Kikker. 
‘Die arme zaadjes durven niet eens te groeien.’ ‘Durven mijn zaadjes niet te groeien?’ vroeg Pad. 
‘Natuurlijk niet,’ zei Kikker.’ Laat ze een paar dagen met rust.
Laat de zon erop schijnen, laat de regen erop neervallen. Dan zullen je zaadjes gaan groeien.’

Die avond keek Pad uit zijn raam. ‘Bah!’ zei Pad. ‘Mijn zaadjes zijn nog niet aan het groeien. Ze zijn vast bang in het donker.’ Pad ging met een paar kaarsen in zijn tuin zitten. ‘Ik zal de zaadjes 
een verhaal voorlezen,’ zei Pad. ‘Dan zijn ze niet bang meer.’ Pad las zijn zaadjes een lang verhaal voor.

De volgende dag zong Pad liedjes voor zijn zaadjes. En de dag daarop las Pad gedichten voor zijn zaadjes. 
En de dag daarop maakte Pad muziek voor zijn zaadjes.
Pad keek naar de grond. De zaadjes waren nog niet gaan groeien. ‘Wat moet ik doen?’ riep Pad.
‘Dit zijn vast de bangste zaadjes van de hele wereld.’ Toen was Pad zo moe dat hij in slaap viel.

‘Pad, Pad, wordt wakker,’ zei Kikker. ‘Kijk eens naar je tuin!’ Pad keek naar zijn tuin. 
Kleine groene plantjes kwamen uit de grond op. Pad riep: ‘Eindelijk zijn mijn zaadjes niet meer bang om te groeien!’ ‘En nu krijg jij ook een mooie tuin,’ zei Kikker. ‘Ja,’ zei 
Pad. ‘Maar je had gelijk, Kikker. Je moet er heel hard voor werken.’

Uit Arnold Lobel, Kikker en Pad zijn altijd samen, Amsterdam 2007

Sociale netwerken


De Onderwijsraad typeert de huidige samenleving als een netwerksamenleving en ziet daarin een obstakel voor wat zij "vorming" noemt (zie "Onderwijs vormt"). Want "gemeenschappen spelen een belangrijke rol bij vorming. [...] Binnen gemeenschappen worden waarden en idealen gepraktiseerd en voorgeleefd." Daarbij zou duurzaamheid en stabiliteit van de gemeenschap belangrijk zijn. De netwerkgeneratie zou dergelijke gemeenschappen niet meer kennen en dat zou de vorming van jonge mensen bemoeilijken.

Volgens de onderwijsraad zijn "morele kaders en bezielde verbanden" verdwenen en zijn mensen steeds meer "op zichzelf aangewezen als het gaat om keuzes over de inrichting van hun leven en identiteit". Ik zou zeggen dat de netwerksamenleving daar niet zozeer een zorgwekkende uiting van is als wel een vertrouwenwekkend antwoord erop.

Sinds ik ben toegetreden tot sociale media als LinkedIn en Twitter, en ben begonnen te bloggen, is zich langzaam maar gestaag een gemeenschap van gelijkgestemden gaan vormen. Ik vind ze en ik zoek ze op, ze zoeken mij op, we introduceren elkaar bij anderen met wie we ons verwant voelen en zo vormen zich "bezielde verbanden". Onafhankelijk van hun plaats in de wereld ervaar ik steun van deze geestverwanten, we voeden elkaar met inspirerende teksten, filmpjes en verhalen en we spreken elkaar moed in als die ons in de schoenen is gezakt.

Die gemeenschap voedt me en houdt me op koers.

Als belijdend introvert legt het mij ook geen windeieren dat mensen al van alles van mij kunnen weten voordat ik ze in real life ontmoet. Ik ben niet iemand die zichzelf heel gemakkelijk en vlot etaleert bij eerste ontmoetingen. In het 'echte' leven lijkt het vaak veel tijd en welwillendheid te vergen voordat mensen ontdekken wat een goedmoedig en tamelijk boeiend mens ik eigenlijk ben. Men ziet niet altijd meteen de aardigheid van mijn eigenaardigheden in. Twitter, blog en LinkedIn
hebben daarin een verheugende aardverschuiving teweeg gebracht.

Dat zal toch niet alleen voor mij gelden? Welke "bezielde verbanden" hebben sociale netwerken jou opgeleverd?

zondag 15 april 2012

Opbrengstgericht werken

En ja hoor, daar was ie, de onverbloemde vergelijking van een school met een Japanse autofabriek. De kwaliteitsaanpak van Toyota, het zogeheten Total Quality Management, ontwikkeld door Deming, zou volgens de trainer van de leergang Opbrengstgericht Werken een lichtend voorbeeld kunnen zijn voor het onderwijs.

Ik kijk er toch weer van op, op hoe weinig protest zo'n vergelijking stuit bij mijn collega's, nota bene in meerderheid vertegenwoordigers van vernieuwingsscholen met een nadrukkelijk pedagogisch concept, gericht op brede persoonlijke ontwikkeling.

Persoonlijk kon ik het niet laten mijn afkerigheid van deze metafoor kenbaar te maken. De trainer gunde het mij, naar zijn zeggen, dat ik mij minstens open zou stellen voor deze bron van inspiratie om te zien of die me niet toch iets zou brengen.

Nu heb ik mij de gewoonte aangewend om, teneinde het leven in opbrengstgerichtland enigszins draaglijk te maken, bij tijd en wijle wat ik noem een antropologische attitude aan te nemen. Vanuit die antropologische attitude kost het mij geen enkele moeite om welk wereldbeeld dan ook in overweging te nemen. Vanuit de vraag: wat zouden de consequenties zijn wanneer ik dit wereldbeeld aanhing?

Zo kun je je ook proberen te verplaatsen in gelovigen die menen dat het erop aankomt in het kind de wil te breken. En je kunt je afvragen of een kind onderwijzen nu meer lijkt op het vullen van een vat of op het ontsteken van een vuur of het cultiveren van een kiem of het beschrijven van een onbeschreven blad.

In de loop der eeuwen zijn er talloze metaforen bedacht om te beschrijven wat er precies gebeurt in die bijzondere relatie tussen een leraar en een kind. Maar al die metaforen dragen waarden met zich mee. Je kunt er uit aflezen waar het volgens de aanhangers van deze of gene metafoor om draait, wat de essentie is van goed onderwijs.

Een metafoor kan tot inspiratie dienen. Maar welk beeld kies jij?
Een autofabriek. Een Japanse. Toyota.

Wees steeds alert op de metaforen die je worden aangedragen en doordenk de consequenties.